In dit onderzoek geven we antwoord op de vraag wat een redelijke termijn is waarbinnen de bestemming kan vervallen. Daarbij speelt met name de vraag binnen welke termijn de organisaties met een grondstation kunnen migreren naar een alternatieve locatie of oplossing. Daarnaast is gekeken naar vitale afhankelijkheden, impact op eindgebruikers, mogelijke belemmeringen en gevolgen van een te vroege uitfasering. We hebben daarvoor een uitvraag gedaan onder de huidige gebruikers, die vervolgens is getoetst.
Uit onze analyse wordt duidelijk dat een termijn van maximaal 18 maanden (gerekend vanaf 1 februari 2026) voor alle gebruikers behalve één realistisch is. Onze indruk hierbij is dat deze termijnen en de onderliggende argumenten van deze gebruikers daarvoor realistisch zijn, en dat er beperkt ruimte is voor versnelling hiervan.
Eén huidige gebruiker geeft aan tot 1 maart 2028 nodig te hebben, op basis van bestaande plannen (dit komt overeen met 26 maanden geteld vanaf 1 februari 2026). We zien beperkt ruimte om deze termijn te verkorten – er zou een relatief hoge investering (ten minste enkele tonnen) nodig zijn om voor korte duur een tijdelijk alternatief te realiseren. Omdat deze gebruiker slechts een klein deel van de frequentieband gebruikt, lijkt het ons daarom relevant om een gefaseerde aanpak te overwegen, waarbij een termijn van 18 maanden realistisch is voor de overige gebruikers, en met de laatste gebruiker een ‘harde’ einddatum van 1 maart 2028 kan worden overeengekomen.


