Lopend onderzoek

Locatiebepaling bij 112-noodoproepen via mobiele netwerken

Is het technisch haalbaar en proportioneel om de huidige eis aan de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van locatie-informatie bij noodoproepen (112) aan te scherpen?

In een noodsituatie is het belangrijk dat hulpdiensten zo snel mogelijk weten wáár de calamiteit zich voordoet, zodat zij snel ter plaatse kunnen zijn. Europese regels schrijven voor dat de locatie van een mobiele beller moet worden doorgegeven bij een oproep naar 112. Deze locatie-informatie kan zowel vanuit het mobiele netwerk als vanuit het toestel komen, voor zover beschikbaar. Een belangrijke vraag is hoe nauwkeurig die locatie-informatie moet zijn. In dit onderzoek beantwoorden we de vraag wat een haalbare en proportionele eis aan deze nauwkeurigheid zou kunnen zijn.

Achtergrond

De Nederlandse wet- en regelgeving schrijft op dit moment voor dat de locatie-informatie op basis van het mobiele netwerk niet meer dan 5 kilometer mag afwijken voor 85% van de oproepen. De hoogwaardige Nederlandse mobiele netwerken kunnen eenvoudig aan deze eis voldoen.

Sinds de invoering van deze regelgeving hebben er technologische ontwikkelingen plaatsgevonden, waarmee mobiele netwerken in staat zijn om de locatie van een beller exacter te bepalen. Daarnaast is het doorgeven van locaties vanuit toestellen bij het oproepen van hulpdiensten inmiddels door de meerderheid van de toestellen ondersteund. Toestelgebaseerde locatiebepaling is over het algemeen vele malen nauwkeuriger dan netwerkgebaseerde locatiebepaling. De meeste andere Europese landen hanteren inmiddels een strengere eis dan Nederland, waarbij wordt uitgegaan van een combinatie van netwerkgebaseerde en toestelgebaseerde locatiebepaling.

Bevindingen

Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandse eis voor locatiebepaling bij mobiele noodoproepen op een aantal manieren aangescherpt zou kunnen worden:
  • Nederland zou een nieuwe norm kunnen stellen voor locatiebepaling door mobiele netwerken. Deze zou kunnen worden bepaald op basis van de huidige stand van de techniek. Dat zou betekenen dat de maximale afwijking ongeveer 900 meter zou mogen zijn (voor minimaal 85% van de oproepen). De nieuwe norm kan ook worden bepaald op basis van wat de netwerken op dit moment kunnen realiseren. Dat zou neerkomen op een maximale afwijking van ongeveer 700 meter (voor minimaal 85% van de oproepen).
  • Nederland zou een meer 'functionele' norm kunnen stellen, waarbij ook de verbeterde nauwkeurigheid die met toestelgebaseerde locatiebepaling mogelijk wordt gemaakt, wordt meegenomen. Daarbij ligt aansluiting bij de eis die in andere Europese landen wordt gesteld voor de hand: maximaal 50 meter afwijking voor minimaal 80% van de oproepen, op basis van de combinatie van toestel- en netwerkgebaseerde locatiebepaling.
De mobiele operator heeft geen controle over de toestelgebaseerde locatiebepaling (anders dan over de doorgifte van de locatierapporten en configuratie) - deze functie wordt immers door de toestelleverancier gerealiseerd. Het is daarom de vraag of de verplichting wel aan de operators kan worden opgelegd. Er zou daarom alternatief zowel een norm voor de mobiele netwerken als aan de toestellen kunnen worden gesteld.

De netwerkgebaseerde locatie is (over het algemeen) minder nauwkeurig dan toestelgebaseerde locatie, maar toestelgebaseerde locatie is weer niet altijd beschikbaar. Een belangrijke vraag bij het formuleren van de norm is dan ook welke nauwkeurigheid gewenst is vanuit de netwerken. Een hogere nauwkeurigheid vraagt investeringen in de mobiele netwerken. Met investeringen van enkele miljoenen euro's per operator is het echter mogelijk om de nauwkeurigheid van de netwerkgebaseerde locatiebepaling te vergroten (tot ongeveer 280 meter bij 80% van de oproepen, is onze inschatting). Om de nauwkeurigheid nog verder te vergroten, zijn veel grotere investeringen benodigd.

Vervolg

Het Ministerie van Economische Zaken bekijkt op dit moment of en hoe de norm voor locatiebepaling bij mobiele noodoproepen moet worden aangescherpt. Relevant daarbij is de Europese Digital Networks Act - die stelt eveneens dat locatie moet worden doorgegeven bij noodoproepen, maar bepaalt geen concrete norm. Het is denkbaar (maar nog niet zeker) dat de uiteindelijke concrete norm op Europees niveau wordt bepaald.