15-8-2025

Evaluatie van de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) 2019-2023

Het doel van de GO-regeling is kredietverlening aan het mkb en (middel)grote bedrijven te stimuleren, die zonder garantie niet, gedeeltelijk of slechts moeizaam tot stand zou komen door het vergroten van de financieringscapaciteit van banken en verzekeraars. Dialogic evalueerde samen met SEO deze regeling voor de periode 2019-2023. In 2020 evalueerden we de GO-regeling ook al eens.

Achtergrond

De GO-regeling is in 2009 in het leven geroepen als antwoord op de kredietcrisis, om de beschikbaarheid van bedrijfskredieten voor (middel)grote ondernemingen te garanderen. De regeling richtte zich daarbij op banken. Later werd het ook voor verzekeraars mogelijk om gebruik te maken van de GO. Het kabinet Rutte II heeft de GO in 2012 structureel gemaakt omdat er verwacht werd dat - mede onder invloed van verscherpte bancaire voorwaarden - de problematiek van de beschikbaarheid van bedrijfskredieten zou blijven bestaan. De GO-regeling biedt sindsdien (middel)grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland en ondernemers in Bonaire, Sint Eustatius of Saba de mogelijkheid om financiering voor elkaar te krijgen die anders niet mogelijk was geweest.

Afbakening van deze evaluatie

De reguliere evaluatie van de regeling staat in 2025 gepland, maar is iets naar voren gehaald omdat de regeling in juli 2025 afloopt: de GO kent een formele looptijd tot 1 juli 2025. De uitkomst van de evaluatie zal worden meegenomen in de afweging over de eventuele verlenging van de regeling. Deze evaluatie beslaat de periode 2019 – 2023.

Naast het reguliere GO instrument omvat de evaluatie twee varianten van de GO, te weten de GO-C(orona) en de GO-energietransitie financieringsfaciliteit (ETFF). De GO-C en de GO-ETFF regelingen zijn reeds gestopt, maar er heeft tot nu toe geen evaluatie plaatsgevonden. Daarom worden deze regeling meegenomen in de evaluatie van de GO.

Uitkomsten

De doeltreffendheid van de GO in de periode 2019-2023 was laag. In de afgelopen periode (2019-2023) werd de GO zeer beperkt gebruikt, doelbereik was daarom laag in de evaluatieperiode. Daarmee is doeltreffendheid (de mate waarin het doel bereikt wordt) ook beperkt. De doeltreffendheid van de GO-C was middel. Doelen worden beperkt bereikt gezien het lage aantal aanvragen (68 werkelijk tegen 1000 verwacht). De via de GO-C uitgezette middelen zijn een fractie van andere instrumenten, zoals de TVL en NOW. Bedrijven hadden veel alternatieven, die er bovendien sneller waren en aantrekkelijkere condities kenden. Bovendien zat het probleem veelal niet in de financiering, maar vraaguitval waardoor de inkomsten van bedrijven tijdelijk wegvielen. De doeltreffendheid van de GO-ETFF was laag. Er is slechts tweemaal gebruik gemaakt van de regeling. Beide bedrijven zijn failliet gegaan.

Tegenover de doeltreffendheid staan hoge uitvoeringskosten en administratieve lasten voor de GO en GO-C in vergelijking tot de omvang en het gebruik van de regeling (voor de GO-ETFF zijn de kosten niet goed te bepalen gezien het beperkte gebruik).

De doelmatigheid van de GO en GO-C was hoog. De cumulatieve opbrengsten van de GO-regeling zijn hoger dan de cumulatieve kosten (inclusief uitvoeringskosten). Er is een positief saldo van bijna €50 miljoen. Voor de GO-C zijn de cumulatieve opbrengsten vooralsnog (veel) hoger dan de kosten, al is het lastig om deze los te zien van de GO-regeling. De doelmatigheid van de GO-ETFF is laag. We hebben geen kwantitatieve data, maar gezien het faillissement van beide bedrijven die de financiering hebben ontvangen zullen er zeer waarschijnlijk substantiële kosten zijn.

GO of no-GO?

Momenteel lijkt er weinig vraag naar de GO, en is de regeling gegeven de huidige marktomstandigheden en doelstelling van de GO niet doeltreffend. Aan de andere kant levert dit instrument netto opbrengsten op.

Als er op dit moment geen behoefte of noodzaak is voor een GO-regeling, moet de regeling dan wel worden voortgezet en zo ja, in welke vorm? We zien drie beleidsopties en een vier optie die twee beleidsopties combineert:

  1. De regeling laten zoals hij is (niets doen), maar wel administratief te vereenvoudigen.
  2. De regeling handhaven en de toegang te verruimen.
  3. De derde optie is om de regeling specifiek te richten op crisissituaties en er expliciet een crisisinstrument van te maken. In feite is dit de status quo, waarbij het instrument bestaat, maar nauwelijks wordt gebruikt onder huidige marktomstandigheden.
  4. Een combinatie van (één van) de bovengenoemde drie opties, waarbij de tweede en derde optie combineren wellicht meest voor de hand liggend lijken.
Deze beleidsopties betreffen alleen de GO. De GO-C en GO-ETFF bestaan immers niet meer.