Wat is er in de afgelopen vijf jaar veranderd?
In 2019 zagen we de eerste toepassingen op basis van deep learning – denk aan beeldherkenning en teksttoepassingen, zoals vertalen. “Het was toen al duidelijk dat dit veel kansen maar ook impact zou gaan hebben op het onderwijs.”, aldus Tommy. Het onderwerp ‘AI in het onderwijs’ is sindsdien alleen maar relevanter geworden. Een vervolgpaper dat Nick en Tommy kort na het onderzoek publiceerden, werd een tijd lang nauwelijks gevonden, maar is het afgelopen jaar tientallen keren geciteerd. “Er is vanuit alle hoeken aandacht voor AI in het onderwijs, waaronder gelukkig ook veel onderzoeksmatige belangstelling”, zegt Tommy. In zijn huidige functie zet Nick taalmodellen in voor onderzoek en onderwijs aan de universiteit.
Een van de conclusies toen was dat ‘artificial general intelligence’, ofwel AI die zo slim of zelfs slímmer is dan de mens, echt nog toekomstmuziek was. “Dat is het nog steeds, maar met de introductie van ChatGPT is er wel fundamenteel iets veranderd: AI is geen abstract wiskundig model meer, maar ‘voelt’ als een persoon waar je tegen praat, vragen aan stelt.”, vervolgt Tommy.
Heeft het onderzoek de ontwikkeling van AI destijds onderschat?
“Volgens mij hebben we, met de kennis van toen, een aantal heel goede voorspellingen gedaan”, aldus Nick. “We hebben het feit dat AI nog flink zou doorontwikkelen destijds goed ingeschat, de specifieke richting waarin het nu gaat was toentertijd echter onmogelijk te voorzien”, voegt Tommy daar aan toe. “Dat zoiets als een ‘large language model’, feitelijk een extreem grote versie van ‘autocomplete’, zou kunnen werken voor generieke taken, dat vond ik echt een verrassing. Bij chatbots dacht je in 2019 nog aan ‘gesloten’ systemen – meer als een klantenservicemenu waar je weliswaar tegen kunt praten, maar waarbij de opties beperkt zijn. De taalmodellen breken dat open.“
AI-tools zijn erg disruptief voor docenten. Ze moeten nieuwe manieren vinden om de kennis en vaardigheden van hun studenten te toetsen.
Een ander aspect dat in 2019 onderbelicht is gebleven, is de impact van generatieve AI – studenten kunnen grote delen van werkstukken door de computer laten genereren. Nick: “AI-tools zijn erg disruptief voor docenten. Ze moeten nieuwe manieren vinden om de kennis en vaardigheden van hun studenten te toetsen. In plaats van essays wordt vaker gebruik gemaakt van bijvoorbeeld mondelinge presentaties, waarbij de docent kan doorvragen”.
Is de discussie over risico’s van AI in het onderwijs anders dan vijf jaar geleden?
In het onderzoek uit 2019 werd opgemerkt dat een AI – net als een menselijke docent overigens – niet waardeneutraal is. Dat hoeft geen probleem te zijn, als je maar weet wélke waarden er zijn, en dat ze in lijn zijn met die waar de school voor staat. De maatschappelijke discussie over AI in het onderwijs raakt nauw aan de bredere discussie over inzet van AI.“Rondom de taalmodellen zien we, ook buiten de context van het onderwijs, bijvoorbeeld veel discussie over welk materiaal er is gebruikt om het taalmodel te ontwikkelen, wie de eigenaar ervan is, en welke invloed dat heeft. Het is heel goed dat daar naar wordt gekeken. Het begint al bij de taal zélf – een model als ChatGPT is erg goed in Engels, maar werkt minder efficiënt in het Nederlands. Niet voor niets wordt er gewerkt aan een volledig Nederlandse variant.” zegt Tommy daarover. Nick zou het een goed idee vinden als er meer aandacht zou komen voor de waarde-afweging: “de fabrikant bepaalt in de laatste trainingsstap van de AI de waarden” – deze waarden zouden een belangrijke factor bij het selecteren van AI-toepassingen moeten zijn, maar het is zeer de vraag of ze wel inzichtelijk zijn.
Zijn scholen en docenten inmiddels ook bewuster bezig met AI? “Dat durf ik niet te zeggen – voor het onderzoek zijn we op bezoek geweest bij scholen, en toen zag je grote verschillen. Een school hoeft maar één enthousiaste docent te hebben om voorop te lopen.”. In de wetenschappelijke literatuur wordt inmiddels aandacht besteed aan de verhouding van docent tot AI (o.a. Molenaar, 2022). Organisaties als SURF zijn ook met het onderwerp bezig.
Hoe ziet de komende vijf jaar eruit voor AI in het onderwijs?
“Het vorige onderzoek leert dat het heel lastig is om uitspraken te doen over hoe specifieke inzet zal zijn. Maar ik denk dat de conclusies van destijds nog steeds gelden. Ik hoop dat AI de belofte van hypergepersonaliseerd onderwijs weet in te lossen, zonder de negatieve impact die er ook kan zijn. Het is goed om te zien dat er zorgvuldig naar wordt gekeken.” aldus Tommy. Nick is ondertussen zelf aan de slag met AI in het onderwijs: “we werken aan een taalmodel dat we uiteindelijk kunnen gebruiken om (toekomstige) studenten informatie te geven over het onderwijsaanbod op onze universiteit”.
Als innovatiewetenschappers volgen beiden het onderwerp op de voet. “Adoptie van nieuwe, disruptieve technologieën in de maatschappij is altijd fascinerend. Mijn middelbare school was onlangs in het journaal, omdat ze als een van de eersten mobieltjes in de klas volledig in de ban deden. Ik vond dat interessant, want toen ik daar, twintig jaar geleden, op school zat, was dat al zo. De school heeft mobieltjes daarna toegestaan en nu dus weer verboden. We moeten innovaties doorlopend blijven evalueren”.

