Onze inventarisatie en geleerde lessen van het bestaande stimuleringsaanbod laten zien dat er veel versnippering en onbekendheid is met de initiatieven. Ook zou deelname niet laagdrempelig genoeg zijn en de administratieve lasten te hoog, met name voor het mkb. De lange aanlooptijd en/of duur van projecten vormt daarbij een bottleneck, evenals uitdagingen bij het vormen van een geschikt consortium. Partijen wijzen verder op het belang van kleinschalige opwek en de rol van kleinere innovatieve spelers hierin.
We stellen vast dat specifieke waterstof-gerelateerde beleidsinstrumenten veelal nog in ontwikkeling zijn, waardoor we nu nog beperkt kunnen inschatten in hoeverre er nog ‘witte vlekken zijn’ in het bestaande aanbod. Ook blijkt het lastig om het succes van bestaande inzet inzichtelijk te krijgen: monitoring en verantwoording over de output en impact is geen gemeengoed en het is met name vooraf lastig inschatten welk instrument waar het beste werkt.
Wij hebben een grote variatie aan ondersteuningsbehoeften van het mkb rondom innovatie en talentontwikkeling geïnventariseerd die de betrokkenheid van het mkb bij de waterstoftransitie kunnen vergroten. Voor innovatie gaat dit met name over testfaciliteiten, kennisontwikkeling (standaarden, protocollen, certificeren en vergunningen), vraagbundeling, financieringsmogelijkheden, automatisering en visievorming. Qua talent wordt met name gezocht naar oplossingen voor het dringende tekort aan technisch geschoold personeel. Wat niet meewerkt is het imago en de aantrekkingskracht van de proces- en maakindustrie, hoewel startups hier positief van lijken af te wijken. Door de schaarste is er ook sprake van concurrentie tussen de verschillende (deel)sectoren in de energietransitie, zoals elektrificatie van industrie en mobiliteit, circulaire economie, et cetera. Tot slot is er blijvend aandacht nodig voor de aansluiting tussen onderwijs en de praktijk, evenals de omscholingsmogelijkheden.
De nadruk van het mkb-programma van GVNL ligt wat ons betreft op het opzetten van een signaleringsfunctie, groeiondersteuning, kennisverspreiding, test- en leeromgevingen en het versterken van het onderwijsaanbod en de -uitstroom.
Qua governance stellen we voor dat de landelijke inzet vooral kaderstellend en strategisch is met een focus op normering, certificering, onderwijsaanbod, de missing links tussen clusters, internationale afstemming en benchmarking. Regionaal is de inzet veel meer praktijkgericht en operationeel met rollen in de trend van spelverdeler, ontstopper, makelaar en technologie-voorlichting op brancheniveau.
Lees hier het artikel van GroenvermogenNL over dit onderzoek.


