Dialogic heeft een Periodieke rapportage van het land- en tuinbouwbeleid uitgevoerd voor het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) over de periode 2019-2024. In deze Periodieke rapportage staat de vraag centraal in hoeverre het beleid heeft bijgedragen aan een weerbaar, veerkrachtig en veilig functionerend land- en tuinbouw- en voedselsysteem. Daarbij is gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid en de ingezette instrumenten. De evaluatie richt zich op artikel 21 van de begroting van LVVN en op de onderdelen van artikel 24 die ondersteunend zijn aan dit beleidsterrein.
Het land- en tuinbouwbeleid kent een brede centrale doelstelling. LVVN streeft naar een weerbaar, veerkrachtig en veilig functionerend land- en tuinbouw- en voedselsysteem, dat internationaal concurrerend is, met aandacht voor dierenwelzijn, waarbinnen zorgvuldig wordt omgegaan met natuurlijke hulpbronnen en waar opbrengsten en reststromen zo efficiënt en hoogwaardig mogelijk worden (her)benut. Binnen deze centrale doelstelling zijn acht subdoelen geformuleerd:
- Versterking van de concurrentiekracht van duurzame agroketens.
- Bevordering van voedselzekerheid in de wereld.
- Borging van voedselveiligheid en voedselkwaliteit.
- Vergroting van de maatschappelijke waardering van landbouw/voedsel.
- Verduurzaming productie en consumptie (door middel van kringlooplandbouw).
- Bevordering van plantgezondheid.
- Bevordering van diergezondheid.
- Bevordering van dierenwelzijn.
Doeltreffendheid en doelmatigheid
De rapportage concludeert dat de doeltreffendheid van de beleidsmix overwegend aanwezig en aantoonbaar is. De beschikbare evaluaties bieden voldoende basis voor een positieve, indicatieve, uitspraak over de bijdrage van het beleid. De beleidsmix draagt vooral bij aan een weerbaar, veerkrachtig en veilig functionerend land- en tuinbouw- en voedselsysteem dat internationaal concurrerend is en aandacht heeft voor dierenwelzijn. De bijdrage aan het zorgvuldig omgaan met natuurlijke hulpbronnen en het efficiënt en hoogwaardig benutten van opbrengsten en reststromen is beperkter. Ook over de kleine doelmatigheid, de efficiëntie van de uitvoering van instrumenten, is het oordeel overwegend positief. Veel maatregelen kennen relatief lage uitvoeringskosten. Het oordeel over de grote doelmatigheid (de kosten van een instrument in relatie tot de maatschappelijke opbrengsten van dat instrument) is gematigd positief.Tegelijkertijd verschilt het oordeel per subdoel. De grote doelmatigheid wordt positief beoordeeld voor beleid rond voedselveiligheid en voedselkwaliteit, plantgezondheid, diergezondheid en dierenwelzijn. Voor het subdoel verduurzaming van productie en consumptie is het beeld gemengder. Dit subdoel omvat een zeer brede en uiteenlopende set instrumenten, waardoor het lastiger is om scherp vast te stellen hoe doelmatig de beleidsmix als geheel is. Voor het subdoel versterking van de concurrentiekracht van duurzame agroketens is het oordeel negatief. Dat komt vooral door twee fiscale regelingen, de landbouwvrijstelling en het verlaagde btw-tarief voor sierteelt. Deze regelingen vertegenwoordigen een groot budgettair belang en scoren negatief op grote doelmatigheid.
Aanbevelingen
Op basis van de evaluatie doet de rapportage verschillende aanbevelingen. Een belangrijke aanbeveling is om beleidsinstrumenten met een negatief oordeel op grote doelmatigheid te heroverwegen, aan te passen of af te schaffen. Daardoor kan de beleidsmix doelmatiger worden en kunnen middelen mogelijk effectiever worden ingezet voor andere opgaven binnen de land- en tuinbouw. Daarnaast adviseert de rapportage om de relatie tussen de centrale doelstelling en de subdoelen te verduidelijken. Sommige subdoelen, zoals mondiale voedselzekerheid en maatschappelijke waardering voor landbouw en voedsel, komen niet duidelijk terug in de overkoepelende doelstelling. Ook is de rol van LVVN bij deze subdoelen relatief beperkt of is het instrumentarium beperkt van omvang.Ook wijst de rapportage op het belang van betere indicatoren. Voor de centrale doelstelling ontbreken op dit moment indicatoren en streefwaarden, en ook de dekking van indicatoren voor de subdoelen is niet volledig. Betere indicatoren zijn nodig om voortgang en doeltreffendheid in de toekomst gerichter te kunnen monitoren.
Tot slot bevat de rapportage beleidsopties voor de komende periode. Voor toekomstige evaluaties wordt voorgesteld om een duidelijk evaluatiekader op te stellen, zodat evaluaties van individuele beleidsinstrumenten beter aansluiten op een volgende Periodieke rapportage. Gezien de grote opgaven waarvoor de sector staat, adviseert de rapportage om bij keuzes ook te bezien of vrijvallende middelen opnieuw kunnen worden ingezet voor maatregelen die bijdragen aan de verdere ontwikkeling en verduurzaming van de land- en tuinbouw.
Rapportage en vervolg
Op 10 juli 2026 heeft het kabinet gereageerd op de periodieke rapportage van het land- en tuinbouwbeleid. De beleidsreactie is hier te lezen. Het volledige rapport en de onderstaande infographic van de uitkomsten van de periodieke rapportage zijn onderaan dit bericht te vinden onder de download knop (naast team).


