Interview met Timon de Boer: Kennisveiligheid

De kern blijft: we kiezen niet tussen veiligheid of openheid, we combineren ze
Kennisveiligheid is in korte tijd een vast onderdeel geworden van het Nederlandse wetenschapsbeleid. Maar waar staat de sector nu? We spraken met Timon de Boer, senior onderzoeker bij Dialogic en hoofdauteur van twee recente rapporten: de evaluatie van het Loket Kennisveiligheid en het landelijk sectorbeeld kennisveiligheid 2026.
De wetenschap beschermen zonder de deuren te sluiten

Timon, om te beginnen: wat verstaan we onder kennisveiligheid?

In de kern gaat het om voorkomen dat kennis die in Nederland wordt ontwikkeld uiteindelijk onze veiligheid schaadt.

Dit kan op verschillende manieren gebeuren, die met goed kennisveiligheidsbeleid voorkomen moeten worden. Een is bijvoorbeeld ongewenste kennisoverdracht. Net zoals een innovatief bedrijf zijn patenten beschermt, zorgt de wetenschap dat haar meest gevoelige kennis niet onbedoeld in verkeerde handen valt of wordt misbruikt door andere landen voor bijvoorbeeld militaire doeleinden. Een andere noemen we heimelijke beïnvloeding. Dit gaat om statelijke actoren die wetenschappers in Nederland beïnvloeden en onder druk zetten, waardoor zij niet in vrijheid hun onderzoek kunnen doen.

Als de Nederlandse wetenschap hier te naïef in is bestaat bijvoorbeeld het risico dat elders in de wereld mensen worden onderdrukt of geschaad met kennis die in Nederland is ontwikkeld. Bijvoorbeeld gezichtsherkenningssoftware die ontwikkeld wordt om criminelen op te sporen maar elders gebruikt wordt om dissidenten van een buitenlands regime op te sporen en daarmee democratie te onderdrukken.

Kennisveiligheid lijkt de afgelopen jaren snel op de agenda te zijn gekomen. Waar komt dit vandaan?

Dat heeft alles te maken met de wereld om ons heen. Door de toegenomen geopolitieke spanningen is de blik op wetenschap veranderd. Overheden en instellingen zien nu dat kennis en technologie (denk aan AI, chips of biotech) ook strategische machtsmiddelen zijn. De grote vraag is: hoe blijf je een open, internationaal kennisland zonder naïef te zijn over de risico’s? Die urgentie wordt nu overal gevoeld.

Hoe kijk jij hiernaar?

Ik zie vooral hoe snel het is gegaan. Waar kennisveiligheid eerst voor veel instellingen iets nieuws of zelf iets abstracts was, hebben inmiddels vrijwel alle instellingen hun zaken op orde met eigen beleid en processen. Er zijn wel instellingen zonder beleid maar die hebben bewust de afweging gemaakt geen beleid nodig te hebben omdat zij bijvoorbeeld amper internationaal samenwerken.

Dit heeft duidelijk effect gehad: instellingen herkennen risico’s beter en zijn beter in staat om deze zelf te beperken. In die zin is kennisveiligheid in korte tijd volwassen geworden. Een paar jaar geleden zagen instellingen en wetenschappers kennisveiligheid als een bedreiging voor open wetenschap. Nu zien we een kanteling: kennisveiligheid wordt steeds vaker gezien als een voorwaarde om open wetenschap te beschermen. Dat is best een grote verandering.

Hoe heeft overheidsbeleid daarbij geholpen?

In de beginfase was de rol van de overheid echt cruciaal. Er is bewust gekozen voor een model dat inzet op bewustwording en de eigen verantwoordelijkheid van instellingen.  Het Loket Kennisveiligheid heeft hierbij goed gewerkt: door informatie te verschaffen, vragen te beantwoorden en instellingen samen te brengen in een learning community is kennisveiligheid niet alleen breder bekend geworden, maar ook inhoudelijk verdiept in de sector.

Tegelijk zien we dat dit succes anno 2026 voor een nieuwe situatie heeft gezorgd: instellingen zijn zelf volwassener geworden en hebben nu andere behoeften qua ondersteuning.

Wat verandert er dan in die behoeften?

Instellingen zoeken minder naar algemene informatie en juist meer naar specialistische expertise die zij zelf niet hebben. Instellingen zoeken een sparpartner die hen bijvoorbeeld kan helpen bij bepalen of een technologie onder complexe wetgeving valt of er binnen een specifieke samenwerking risico’s zijn.

Het Loket Kennisveiligheid zou deze sparpartner kunnen zijn, maar daarvoor zijn dan wel meer middelen, kennis en mandaat nodig dan het nu heeft.

Waar lopen instellingen nu vooral tegenaan in de praktijk?

Ik zie drie terugkerende dilemma’s:

  • Open of dicht? De balans tussen open wetenschap en bescherming van sensitief onderzoek. Het motto “open waar mogelijk, gesloten als nodig” is nog steeds actueel, maar in de praktijk soms moeilijk te bepalen. 
  • Maatwerk of vaste regels? De zoektocht naar een optimum tussen een tijdrovende case-by-case risicobeoordeling met kans op willekeur en een efficiënte richtlijn die mogelijk tè grofmazig is.
  • Uitsluiting voorkomen. Voorkomen van discriminatie en stigmatisering. Kennisveiligheid gaat over risico’s in een samenwerking, niet over waar iemand vandaan komt, maar de focus ligt logischerwijs toch op een paar risicolanden. Dit kan zorgen voor stigmatisering van mensen uit die landen.

Wat betekent dit voor de komende jaren?

We zitten duidelijk in een nieuwe fase. In de eerste jaren ging het om opbouw: bewustwording en opzetten van beleid. Die fase is grotendeels afgerond. De volgende stap vraagt om meer gerichte ondersteuning die past bij verschillende type risico’s en instellingen. De kern blijft daarbij hetzelfde: kennisveiligheid draait niet om kiezen tussen openheid en veiligheid, maar om het zorgvuldig combineren van beide.

Het liefst doe ik grensverleggend onderzoek met duidelijke maatschappelijke relevantie, met kwalitatieve én kwantitatieve onderzoeksmethodes

Meer weten over dit thema?

Timon de Boer, senior onderzoeker / adviseur

Maak kennis met Timon

Kunnen we je helpen?

Stuur Timon hieronder eenvoudig een bericht:

U kunt ons ook bellen op 030-2150580 of mailen op tenderdesk@dialogic.nl. We geven binnen vijf werkdagen een reactie.

Onze contactgegevens