Interview met Reg Brennenraedts

Wat zijn de kennis- en innovatievraagstukken op het gebied van kernenergie?

Nederland heeft nieuwe ambities op het gebied van kernenergie. Dialogic heeft afgelopen jaar geïnventariseerd welke kennis- en innovatiebehoeften leven in de Nederlandse nucleaire sector. Projectleider Reg Brennenraedts vertelt in dit artikel over zijn ervaringen. Klik hier om het rapport te lezen. 

Hoe was het om een opdracht in het nucleaire domein uit te voeren? 

Deze opdracht was voor ons een bijzondere uitdaging. Hoewel Dialogic regelmatig projecten uitvoert op het gebied van kennis & innovatie en klimaat & energie, hadden wij nog geen ervaring binnen het nucleaire domein. Dit geldt overigens voor het merendeel van de onderzoeksbureaus in Nederland.  

Kernenergie gaat naar verwachting een rol spelen in de verduurzaming van het toekomstige energiesysteem. Vanuit onze ambitie om bij te dragen aan goed onderbouwd beleid en gezien onze ruime ervaring op het gebied van kennis & innovatie en klimaat & energie, hebben wij besloten deze opdracht op ons te nemen.  

Deze opdracht voerden wij niet alleen uit. Om de inhoudelijke expertise en kwaliteit binnen het projectteam te waarborgen en de verkregen inzichten grondig te toetsen, werkten wij samen met deskundigen van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en het Belgian Nuclear Research Centre (SCK CEN). 

Wat was jullie opdracht? 

In 2023 is het Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP) Kernenergie gelanceerd om de hernieuwde ambities op het gebied van kernenergie in Nederland te verwezenlijken en de daarvoor noodzakelijke kennisinfrastructuur te organiseren. Dit programma richt zich op acht thema’s: 

  1. Stralingsbescherming 
  1. Systeemkennis (inpassing in het Nederlandse energiesysteem) 
  1. Kennis over nucleaire reactor- en splijtstofcyclustechnologie 
  1. Aan reactoren gerelateerde ‘enabling’ onderwerpen (‘plant integrity’, onderhoud onder extreme omstandigheden, enz.) 
  1. Hogetemperatuur waterstofproductie 
  1. Materiaalonderzoek met behulp van nucleaire/ioniserende straling 
  1. Verwerking en opslag radioactief afval en geologische eindberging 
  1. Perceptie, communicatie en draagvlak 

Onze opdracht bestond uit twee onderdelen: (1) het in kaart brengen van de huidige behoeften op het gebied van kennisontwikkeling en innovatie binnen het Nederlandse nucleaire domein en (2) het opstellen van thematische roadmaps. Op basis van deze inzichten wil het ministerie van Klimaat en Groene Groei gerichte kennis- en innovatieprogramma’s ontwikkelen voor de bovengenoemde thema’s. 

Wat hebben jullie hiervoor gedaan? 

Op basis van onder meer visiedocumenten en 42 interviews met 57 betrokkenen hebben wij waardevolle inzichten verkregen in de kennis- en innovatievraagstukken binnen het nucleaire domein. Deze inzichten hebben wij geordend volgens de acht thema’s en verder aangescherpt, toegelicht en gevalideerd tijdens vier werksessies met stakeholders uit het veld. Tijdens een vijfde, overkoepelende werksessie met 19 experts zijn vervolgens de concrete stappen vastgesteld die nodig zijn om de ambities op het gebied van kernenergie te realiseren. 

Wat is jullie indruk van de reacties uit het veld? 

Hoewel de nucleaire sector in Nederland relatief klein is, wordt deze gekenmerkt door een hoog kennisniveau en deskundige spelers. Wij zijn onder de indruk van de sterke betrokkenheid binnen het veld. Hoewel we merkten dat sommige partijen nog zoekende zijn naar de concrete koers van Nederland op het gebied van kernenergie en hun mogelijke rol daarin, waren vrijwel alle genodigden bereid deel te nemen aan ons onderzoek. Dit bleek tevens uit de bereidheid van vele partijen uit verschillende regio’s om meerdere (fysieke) werksessies bij te wonen.  

Tegelijkertijd kregen wij te maken met de politiek-bestuurlijke dynamiek rondom dit onderwerp. Halverwege de uitvoering van onze opdracht werd kabinet-Schoof een realiteit, wat leidde tot een verdubbeling van de ambities op het gebied van kernenergie. Wat opvalt, is de grote energie en motivatie binnen de sector om de uitdagingen aan te pakken en kernenergie nieuw leven in te blazen – sommigen spreken zelfs van een nucleaire renaissance. Als Nederland daadwerkelijk nieuwe kerncentrales wil gaan bouwen is dit ook noodzakelijk, aangezien de sector te maken heeft met vergrijzing en een beperkte instroom van nieuw talent. Als Nederland goed voorbereid wil zijn op de bouw- en exploitatie van nieuwe kerncentrales, evenals op de ontwikkeling van kennis en innovatie, is het van essentieel belang dat de benodigde uitvoeringscapaciteit tijdig wordt gewaarborgd. 

Wat zijn de belangrijkste kennis- en innovatieopgaven? 

De kennis- en innovatievragen binnen het nucleaire domein zijn niet alleen te categoriseren per thema, maar ook op basis van doelstellingen en levenscyclusfasen. Zo kunnen deze vragen worden gerelateerd aan specifieke doelen, zoals de bedrijfsduurverlenging van kerncentrale Borssele, de bouw van nieuwe generatie III(+) kerncentrales, of de ontwikkeling van kennis en innovaties voor toekomstige technologieën, zoals generatie IV-kerncentrales en Small Modular Reactors (SMR’s). Daarnaast kunnen zij worden geordend op basis van de verschillende fasen binnen de levenscyclus: ontwerp en planning, bouw, exploitatie en ontmanteling. 

Met betrekking tot de bouw van nieuwe kerncentrales rijzen bijvoorbeeld vragen over de gewenste toepassingsgebieden, de geschikte locaties en de impact hiervan op de omgeving, evenals de overwegingen die hierin moeten worden meegenomen. Hoewel kerncentrales vaak worden geassocieerd met elektriciteitsopwekking voor een stabiele basislast, bestaan er ook andere toepassingen. Zo kunnen kerncentrales warmte leveren aan de (chemische) industrie voor de productie van ammoniak, methanol en ethyleen, bijdragen aan warmtenetten voor stedelijke gebieden of worden ingezet voor de thermochemische productie van waterstof. Small Modular Reactors worden daarnaast genoemd als een mogelijke oplossing voor ‘behind-the-meter’-toepassingen, zoals directe elektriciteitsvoorziening voor datacenters of industriële clusters. Deze ontwikkelingen brengen ook diverse infrastructurele en ruimtelijke vraagstukken met zich mee. Denk hierbij aan de benodigde infrastructuur, de gevolgen voor omgevingsplannen, de beschikbaarheid van koelwater en de economische, sociale en milieutechnische impact op de omgeving. 

Binnen de geïdentificeerde kennis- en innovatievragen achten wij het thema perceptie, communicatie en draagvlak op dit moment het meest relevant. Dit thema is namelijk breed van aard en raakt aan diverse sociaal-maatschappelijke vraagstukken binnen andere themagebieden. Voorbeelden hiervan zijn de locatiekeuze van nieuwe kerncentrales, de integratie in het energiesysteem, de lokale randvoorwaarden tijdens de bouwfase en de verwerking en opslag van radioactief materiaal, evenals de besluitvormingsprocessen die hieraan ten grondslag liggen. Bovendien zien wij dat het MMIP veel nadruk legt op technische aspecten, terwijl vanuit het veld juist is benadrukt dat er ook meer aandacht nodig is voor de sociaal-maatschappelijke dimensies. 

Wat zijn de vervolgstappen? 

Tijdens de vele gesprekken en werksessies hebben wij een sterke behoefte geconstateerd aan periodieke bijeenkomsten voor stakeholders. Door middel van de werksessies binnen dit traject hebben wij hieraan een eerste bijdrage geleverd. Het MMIP wordt aan- en bijgestuurd door een zogeheten missieteam, bestaande van experts en betrokkenen. Om een bredere betrokkenheid op de lange termijn te waarborgen, hebben wij geadviseerd om de oprichting van thematische werkgroepen te overwegen. Deze werkgroepen zouden het missieteam periodiek kunnen informeren en ondersteunen bij de verdere ontwikkeling van het programma op de acht thema’s – maar ook de raakvlakken daartussen. 

Uiteindelijk moeten de kennis- en innovatieprogramma’s concreet worden ingevuld. Ons onderzoek vormt een eerste stap in het in kaart brengen van de belangrijkste opgaven. De prioritering hiervan is echter afhankelijk van beleidskeuzes die door het ministerie en het missieteam moeten worden gemaakt. De voorgestelde werkgroepen zouden volgens ons hierin ook een waardevolle bijdrage kunnen leveren. 

Daarnaast is er een sterke behoefte aan continuïteit, zodat stakeholders een helder perspectief krijgen en de zekerheid hebben om zich voor de lange termijn te committeren. Momenteel zijn de beschikbare financiële middelen slechts tot en met 2030 gegarandeerd, wat de noodzaak benadrukt om tijdig na te denken over structurele financiering van het MMIP en beleidscontinuïteit.