Op 22 mei 2018 heeft de staatssecretaris van EZK (mede namens de ministeries van OCW en I&W) de evaluatie van het Nederlandse Ruimtevaartbeleid 2012-2016 en het bijbehorende kabinetsstandpunt naar de Tweede Kamer gestuurd (zie Kamerbrief).
Om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde ruimtevaartbeleid – een mix van een groot aantal grotere en kleinere instrumenten - vast te stellen is gebruik gemaakt van deskstudie, (groeps-) interviews en een online survey. Per doelstelling (ex post) zijn eerst de belangrijkste uitdagingen in kaart gebracht en is vervolgens gekeken welke beleidsinstrumenten hierop aangrijpen. Vervolgens is de informatie uit verschillende bronnen gecombineerd om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid. Daarbij is ook een beleidsscan uitgevoerd voor België, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland.
De evaluatie kwam onder meer tot de volgende conclusies:
- Het Nederlandse ruimtevaartbeleid heeft met succes een geleidelijke transitie ingezet, waarbij, naast de upstream, ook de downstream en de toepassingen van ruimtevaart nadrukkelijk worden bevorderd.
- Als het gaat om het bijdragen aan een gezonde ruimtevaartsector kan de toegankelijkheid en transparantie van het besluitvormingsproces ten aanzien van de Nederlandse ruimtevaartstrategie worden verbeterd.
- Er is al veel bereikt ten aanzien van het stimuleren en zichtbaar maken van toepassingsmogelijkheden van ruimtevaart, maar de rol van overheid als (launching) customer is nog onderbenut.
- ESTEC is een waardevolle asset, waarvoor behoud en inbedding aanhoudende inspanningen vraagt.
- Interdepartementale samenwerking in het ruimtevaartbeleid is toegenomen, maar de ontwikkeling en uitvoering van activiteiten komen nog niet altijd gecoördineerd tot stand.


