3-9-2026

Evaluatie pilot verblijfsregeling startup personeel

Sinds 1 juni 2021 kunnen innovatieve startups via de pilot verblijfsregeling essentieel startuppersoneel gemakkelijker werknemers van buiten Europa aantrekken. De regeling is bedoeld voor personeel dat essentieel is voor de verdere ontwikkeling van de startup. Hiermee wil het kabinet de groei van innovatieve startups ondersteunen en hun bijdrage aan de Nederlandse kenniseconomie versterken.

Dialogic evalueerde deze pilot in opdracht van het WODC. De centrale vraag in dit onderzoek was: In hoeverre is de pilot verblijfsregeling essentieel startup personeel doeltreffend en doelmatig?

Om deze vraag te beantwoorden zijn we in gesprek gegaan met beleidsmakers en uitvoerders van de regeling, hebben we data van de aanvragen en aanvragers geanalyseerd en hebben we startups en betrokken in het startupecosysteem geïnterviewd.

Op basis van ons onderzoek concluderen we dat de verblijfsregeling voor buitenlands startuptalent in de praktijk goed werkt voor de bedrijven die er gebruik van maken. Startups kunnen hierdoor internationaal talent binnenhalen om sneller te groeien. Dit talent zou via reguliere visumregelingen niet op tijd beschikbaar zijn. Echter is de totale impact op de Nederlandse economie nu nog beperkt. Dat komt vooral doordat de regeling nog te onbekend is en startups de verplichte medewerkersparticipatie als een hoge drempel ervaren. Daarnaast is de aanvraagprocedure voor de overheid complex en met zo’n € 3.000 per dossier relatief duur. Toch lijkt de regeling onderaan de streep geld op te kunnen leveren. Op basis van schattingen over de doorgroei van startups weegt de extra omzet van startups naar verwachting op tegen de kosten van de regeling. Wel geldt de kanttekening dat die groei van veel meer factoren afhangt en het effect van deze specifieke regeling niet los te bewijzen is.

Gegeven deze conclusies doen we vier aanbevelingen:

  1. Verhoog het gebruik van de regeling. Investeer in de bekendheid ervan (gerichte communicatie via sleutelkanalen in het startupecosysteem) en vereenvoudig de aanvraagprocedure voor startups. Heroverweeg bovendien de invulling van de medewerkersparticipatie-eis om de regeling toegankelijker te maken, met behoud van de beoogde beleidsdoelen.
  2. Investeer in uitvoeringscapaciteit. Zorg voor voldoende capaciteit bij de uitvoeringsinstanties om een hogere aanvraagdruk op te vangen en de doorlooptijden kort te houden. Zo wordt voorkomen dat startups worden ontmoedigd door vertragingen.
  3. Verken de mogelijkheid tot een landelijke certificering voor startups. Een dergelijke certificering (zoals in Italië) kan de uitvoeringslast voor IND/RVO en ook startups verlichten, de noodzaak van een zware medewerkersparticipatie-eis verminderen en de bekendheid van de regeling vergroten.
  4. Zet in op structurele monitoring. Bouw een systematische monitoring op om beter inzicht te krijgen in de werking en effecten van de regeling. Dit versterkt het lerend vermogen en maakt gerichte (bij)sturing mogelijk.
Het rapport is op 3 september 2026 gepubliceerd, lees hier het bericht van het WODC.