We hebben geconcludeerd dat de EI-regelingen hebben geleid tot projecten waarin energie-innovaties sneller de innovatieketen doorlopen. Daarmee zijn ze doeltreffend op output- en outcome-niveau. Tevens hebben de regelingen bijgedragen aan het verstevigen van het innovatiesysteem: ze hebben geleid tot een breed scala aan consortia dat in staat is om energie-innovaties verder te brengen, en er zijn meer actoren die in een groter aantal projecten deelnemen wat de grootte van de netwerken heeft laten toenemen.
Als het gaat om de bijdrage van de regelingen aan de klimaatdoelstellingen, is het (nog) niet mogelijk om hier kwantitatieve conclusies over te trekken. Innovatie vraagt immers om een lange adem, en de doelstellingen zijn gesteld voor 2030 en 2050. Wel blijkt uit de evaluatie dat de projecten die voortkomen uit de EI-regelingen inhoudelijk goed aansluiten op de klimaatdoelstellingen. Het blijkt echter wel dat het stellen van eisen bij de regelingen als het gaat om bijdrage in 2030, het moeilijker maakt voor consortia om binnen de regelingen te passen, waardoor ze minder geneigd zijn deze aan te vragen.
De uitvoering van de regelingen door RVO wordt efficiënt vormgegeven, maar de samenhang tussen de regelingen is minder duidelijk: deze wordt niet duidelijk geformuleerd in een beleidsnota, en de regelingen sluiten qua voorwaarden niet soepel op elkaar aan, bijvoorbeeld als het gaat om het al dan niet subsidiëren van kennisdeling. Hiermee roept de evaluatie op tot een bredere discussie over de koppeling van instrumenten ten behoeve van het behalen van de gestelde missies. In de evaluatie zijn vijf modellen voorgesteld (zie ook onderstaande afbeelding):
- Doelspecifieke regelingen
- Gestroomlijnd model
- Geschakeerd model
- Gedeeltelijk geïntegreerd model
- Volledig geïntegreerd model
- Overweeg in welke mate er flexibiliteit kan worden gecreëerd in het doorlopen van de gehele TRL-keten in het missiegedreven innovatiebeleid.
- Zorg dat de overkoepelende doelstelling van het EI-instrumentarium duidelijker terugkomt in de beleidsdocumentatie, en dat de samenhang tussen de verschillende regelingen duidelijker omschreven wordt.
- Overweeg een meer flexibele voorwaarde dan het bijdragen aan CO2-reductie voor 2030 (in het geval van de HER+).
- Neem kosten voor kennisdeling en projectmanagement waar mogelijk op in de subsidiabele kosten van de regelingen.
- Zorg gedurende de uitvoering van de regelingen voor herkenbare (potentiële) kennisnetwerken, waarin de verschillende consortia en partijen die samenwerken aan een thema elkaar kunnen vinden.



