30-6-2025

Data over duurzame digitalisering

Welke data zijn beschikbaar over emissies van de digitale sector?

In opdracht van het ministerie van Economische Zaken is in deze studie geïnventariseerd welke data en databanken beschikbaar zijn in relatie tot het grondstoffengebruik en de emissie van de digitale sector. Deze studie vormt daarmee een eerste stap in het opstellen van een dashboard om de voortgang van duurzame digitalisering te monitoren.

Databronnen

In deze studie zijn de volgende databronnen geïdentificeerd per emissiescope:
  • Scope 1: Gegeven de gehanteerde afbakening heeft eindgebruikersapparatuur geen relevante scope 1-emissies. Netwerken en datacentra hebben die wel, maar de scope 1-emissies zijn dusdanig beperkt dat ook die buiten beschouwing gelaten worden. Watergebruik van datacenters is ten opzichte van het totale watergebruik in Nederland zeer beperkt, maar gezien de beleidsrelevantie is het wel meegenomen in deze studie. Het kan gemeten worden met behulp van de EED-rapportages.
  • Scope 2: In het algemeen blijkt geen databron beschikbaar te zijn die een integraal overzicht geeft van de scope 2-emissies van eindgebruikersapparatuur. CBS- en ACM-data zijn belangrijke bronnen voor eindgebruikersapparatuur, welke aangevuld dienen te worden met verder literatuuronderzoek. De dekking is afhankelijk van de beschikbare data en schattingen. Berekeningen zullen gemaakt moeten worden op basis van aannames en inschattingen vanuit beschikbare databronnen. Voor netwerken zijn verschillende databronnen beschikbaar, variërend van jaarrapportages, ACM-data, de GSMA en data van individuele bedrijven. Hoewel de kwaliteit van bijvoorbeeld de ACM-data hoog is, zijn niet alle data voor Nederland beschikbaar (daartoe bestaat twijfel over de representativiteit). Voor vaste netwerken speelt de grote variatie in apparatuur en verbruik een rol en is de betrouwbaarheid afhankelijk van literatuur en kengetallen. Datacenters zijn beter gedekt dankzij de verplichte EED-rapportages. Meer dan 90 procent van de datacenters moet rapporteren, maar openbaarheid van gegevens is mogelijk beperkt. EU ETS-data zijn van hoge kwaliteit maar dekken alleen grote en energie-intensieve installaties, deze data geven daarom geen compleet beeld van de sector.
  • Scope 3: Grofweg twee benaderingen zijn te onderscheiden:
    • Een top-downbenadering, waarin emissies op macroniveau uitgesplitst worden om zodoende de voetafdruk van de digitale sector te bepalen. Met behulp van een input-outputanalyse op basis van nationale en internationale statistieken (IPCC-data, handelsstromen, sectorale CO2-intensiteiten), wordt op geaggregeerd niveau bepaald hoeveel emissies aan de digitale sector zijn toe te rekenen.
    • In een bottom-upbenadering (verzamelen van duurzaamheidsrapportages via de CSRD), wordt daarentegen juist op het niveau van individuele bedrijven begonnen met het bij elkaar brengen van individuele scope 1-, 2- en 3-cijfers. Vervolgens worden deze samengevoegd en opgeteld om gezamenlijk een weergave te geven van de totale voetafdruk van de digitale sector.
Met de huidige kennis en gezien het overzicht van beschikbare databronnen wat in deze studie is gecreëerd is een dashboard duurzame digitalisering haalbaar. Een eerste versie van een dashboard zal echter niet de ambitie moeten hebben om vanaf het begin af aan een compleet beeld te kunnen geven. Daarvoor zijn er momenteel nog te veel hiaten en openstaande vragen.