Hoe was het om de regulering van de online kansspelmarkt te evalueren?
Het was een bijzondere evaluatie. Vaak komt een evaluatie nadat een wet of beleid vijf jaar loopt. Dit keer was de evaluatie al na drie jaar, terwijl er tussendoor nog een hoop veranderd is. De minister heeft bijvoorbeeld de regels voor reclame aangepast om ongerichte reclame te verbieden, zoals reclame op tv of in bushokjes. Ook tijdens de evaluatie was het veld nog volop in beweging. Omdat de evaluatie zo snel komt en de spelregels ook nog aan het veranderen zijn is het een spannende en soms ook ingewikkelde evaluatie.
Hoe zijn jullie met die veranderingen omgegaan in de evaluatie? Maakt het uit voor je aanpak?
Ja, dat maakt zeker uit! We wisten van tevoren dat sommige dingen heel moeilijk te meten zouden zijn. Van de verslavingscijfers is bijvoorbeeld bekend dat ze achter lopen op het aantal mensen dat echt verslaafd is, omdat mensen eerst hulp moeten zoeken voordat ze in de cijfers verschijnen. We hebben daarom gekozen om naar drie losse dingen te kijken.
Eerst hebben we het beleid en de verwachte effecten daarvan uitgetekend. Daarin kun je zien welke aannames er gemaakt zijn over wat voor effect dingen gaan hebben en komen al een paar tegenstrijdigheden naar voren. Daarna hebben we gekeken naar de uitvoeringspraktijk: Hoe pakt het beleid uit in de praktijk? Dan weten we nog niet wat de effecten gaan zijn, maar kunnen we wel bepalen of het beleid ook zoals verwacht (en gehoopt!) wordt uitgevoerd. Ten slotte hebben we gekeken wat we precies al wel kunnen zeggen over de effecten. Samen geven die een zo goed mogelijk beeld van wat we op dit punt al kunnen zeggen over hoe goed het beleid werkt.
Jullie hebben voor de evaluatie ook bij goksites ingelogd. Wat heeft dat toegevoegd aan het onderzoek?
Los van het leuke inkijkje dat het geeft in de wereld die de speler ziet heeft het ons geholpen om heel concreet in kaart te brengen hoe het beleid uitpakt in de praktijk. In de wet- en regelgeving worden eisen gesteld aan hoe de ervaring van de speler moet zijn, waar de vergunninghouder informatie moet bieden en waar zij moet ingrijpen. Onze bevindingen van het kijken in de kansspelinterface bleken een perfecte aanvulling op de bevolkingsonderzoeken die Ipsos I&O eerder hebben uitgevoerd voor het WODC. De ervaringen van de spelers uit die onderzoeken, samen met zicht op hoe de goksites in elkaar zitten heeft ons geholpen goed zicht te krijgen op hoe de wetgeving uitpakt in de praktijk en welk effect dat op de spelers heeft.
Waarom was het zo belangrijk om die praktijk in kaart te brengen?
De precieze effecten van de regulering zijn moeilijk om goed te meten. Verslaving uit zich pas na een paar jaar in een hulpvraag, dus we kunnen pas 5-8 jaar na de legalisering echt zien of het tot meer verslaving heeft geleid. Ook is het lastig om te zien of er een toename aan spelers is. Er zijn een paar onderzoeken naar gokgedrag van Nederlanders voor de legalisering, maar vergelijken met de periode daarna is lastig. Het maakt bijvoorbeeld uit wanneer onderzoeken worden gedaan en misschien spreken mensen er makkelijker over nu het legaal is. We combineren daarom verschillende dingen: Aan de ene kant schetsen we zo goed als dat kan met de cijfers een beeld van bijvoorbeeld het aantal spelers. Aan de andere kant vullen we dat beeld waar mogelijk aan met hoe we – op basis van de uitvoeringspraktijk – kunnen verwachten dat dingen zich gaan ontwikkelen.
Zo hebben we bijvoorbeeld cijfers over het aantal nieuwe spelersaccounts en kunnen we daarin zien dat er veel nieuwe spelersaccounts zijn gemaakt, onder andere door de jongvolwassenen die juist beschermd moesten worden door het beleid. In de bevolkingsonderzoeken gaf een groot deel van de gokkers ook aan dat ze daar pas na de opening van de legale markt in oktober 2021 aan zijn begonnen. Dit geeft een goede indicatie dat het inderdaad tot meer spelers heeft geleid. Combineren we dit met een verslavingspreventie die niet werkt zoals van tevoren bedacht dan kom je op een vermoeden dat het beleid zal leiden tot meer kansspelverslaving, onder andere bij jongvolwassenen.
Maakt het voor jullie uit dat er zoveel politiek debat is over gokken?
Voor het onderzoek maakt het niet uit. Wij kunnen onafhankelijk ons werk doen. Als we partijen uit het kansspelveld spreken zien we wel duidelijk dat het leeft. Iedereen wilde graag meewerken aan de evaluatie. Het is dan aan ons om alle perspectieven en belangen goed te horen en eerlijk te weergeven, maar tegelijkertijd moeten we de afwegingen erin maken.
Soms is het politieke debat ook wel spannend. Onze onderzoeken worden vaak met de Tweede Kamer gedeeld, maar meestal zit het dan een beetje op de achtergrond. Iedereen die op het onderwerp actief is krijgt het wel mee, maar het grotere publiek niet. Nu is er meer media interesse in het onderzoek. Dat is leuk, maar het is ook best spannend om voor de camera te gaan staan als je dat gewoonlijk nooit doet.
Wat vond je het leukst om te doen in de evaluatie?
Het leukst aan de evaluatie was het inkijkje dat we overal kregen. Voor veel mensen is het een black box: Van buiten zie je niet wat er binnenin allemaal gebeurt. Vanuit alle hoeken hebben wij mee mogen kijken wat er gebeurt. De Kansspelautoriteit legt ons uit hoe zij hun toezicht doen en wat zij doen om illegale aanbieders aan te pakken. De verslavingszorg deelde hun ervaring met gokverslaafden en welke inzichten zij nu al hebben. De vergunninghouders vertelden ons hoe zij hun best doen om spelers die over de schreef gaan op te merken en bij te sturen. Die kijkjes in de keuken zijn superleuk en maken samen onze evaluatie beter.
