Waarom is dit onderzoek belangrijk?
Eerder onderzoek suggereert dat eerstegeneratiestudenten (studenten waarvan geen van beide ouders gestudeerd hebben) vaker stoppen met hun studie. Dit is een groot probleem omdat hierdoor veel talent verloren gaat. Eerstegeneratiestudenten hebben minder kans op een diploma vanwege hun achtergrond, iets waar ze niks aan kunnen doen. Dit is niet alleen voor de student heel vervelend maar heeft ook maatschappelijke gevolgen. Zo missen we bijvoorbeeld een boel potentieel goede ondernemers, werknemers en wetenschappers. Ten slotte verliezen we een boel nuttige perspectieven, die kunnen helpen met het oplossen van grote maatschappelijke uitdagingen.
Dit maakt het dus belangrijk om te weten hoe groot dit probleem precies is, en vooral waardoor het komt. Deze twee vragen staan centraal in het onderzoek. We werken in dit onderzoek samen met twee experts van de Universiteit Utrecht, die ik ken uit mijn PhD.
Hoe voer je dit onderzoek uit?
Voor elke onderzoeksvraag proberen we altijd de beste methode te kiezen. Om feitelijk te onderzoeken hoe groot het probleem van kansenongelijkheid gebruiken we CBS-data. We brengen in kaart hoe studiesucces van eerstegeneratiestudenten is ten opzichte van niet-eerstegeneratiestudenten, en kijken daarbij ook naar andere achtergrondkenmerken zoals onderwijsniveau of inkomen. We gaan ook onderzoeken of het bindend studie advies (BSA) en selectie voor de opleiding leidt tot kansenongelijkheid voor eerstegeneratiestudenten.
De oorzaken van kansenongelijkheid onderzoeken we met de kwalitatieve methodes interviews en focusgroepen. Hierbij betrekken we experts op dit terrein, en uiteraard eerstegeneratiestudenten zelf.
Wat maakt het onderzoek voor jou leuk?
Vier dingen. Ten eerste vind ik de combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve methoden leuk en het levert ook vaak de beste onderzoeksrapporten op. Ten tweede is dit echt een nieuw onderwerp, waar nog weinig over bekend is én wat maatschappelijk relevant is. Dat zijn precies de soort onderzoeken waarvoor ik bij Dialogic ben komen werken. Ten derde vind ik dit een belangrijk onderwerp, omdat ik zelf een eerstegeneratiestudent ben. Ten slotte, sluit dit onderzoek heel goed aan op mijn PhD. Dat is superleuk, want daarmee kan ik dus die kennis nu in de praktijk brengen maar ook blijven samenwerken met wetenschappers die ik ken.
Waarom kan juist Dialogic antwoord brengen op de vragen?
Omdat Dialogic heel veel ervaring heeft met zowel kwantitatieve als kwalitatieve vragen, en omdat we als team veel vrijheid krijgen om een zo goed mogelijk voorstel te bedenken. Vooral dat laatste zorgt er echt voor dat we heel gestructureerd kunnen uitzoeken welke kennis ontbreekt, en hoe we die het beste boven tafel kunnen krijgen.