In het kader van de voorgenomen wetgeving omtrent de introductie van een beperkte bewaarplicht van telecommunicatiegegevens voor opsporing en vervolging is onderzocht hoe identificatie van individuele gebruikers op basis van een publiek IP-adres technisch te realiseren is. In het onderzoek is gekeken naar diverse relevante maatschappelijke afwegingen zoals de bruikbaarheid voor opsporing en vervolging, de privacy van burgers en de kosten voor de internetaanbieders. Uit een internationale vergelijking worden lessen voor de Nederlandse situatie getrokken. Volgend uit het onderzoek worden verschillende beleidsopties uitgewerkt.
Het onderzoek is in opdracht van het WODC door Dialogic uitgevoerd in samenwerking met Inwilution. Meer informatie is te vinden op de website van het WODC.


