Het kabinet heeft in 2004 besloten tot invoering van vraagprogrammering en vraagfinanciering van het toepassingsgerichte onderzoek door TNO de GTI's en later ook DLO. Ze gaf daarmee (gedeeltelijk) invulling aan het advies van de ad hoc Commissie "Brugfunctie TNO/GTI's" (Cie. Wijffels), die verschillende aanbevelingen deed om de effectiviteit van de kennisinfrastructuur voor toegepast onderzoek in Nederland te verbeteren. Doel van dit traject van vraagsturing en vraagfinanciering was om te zorgen dat het onderzoek van de instituten beter zou gaan aansluiten op de vraag vanuit de verschillende departementen, maatschappij en het bedrijfsleven.
In 2008 liet de overheid een tussentijdse evaluatie uitvoeren. We zijn nu twee jaar verder en het is de vraag of - en hoe - de aansluiting tussen onderzoek van TNO en GTI's en de vraagzijde verbeterd is ten opzichte van 2004. Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (i.s.m. het ministerie van Economische Zaken) heeft Dialogic daarom in de periode half oktober 2010 tot half maart 2011 een eindevaluatie uitgevoerd van het Instrument Vraagsturing TNO en GTI's.
In dit rapport worden de resultaten besproken van de eindevaluatie van het instrument Vraagsturing TNO en GTI's. Daarin gaan we in op de volgende hoofdvragen:
- Is de aansluiting tussen het onderzoek van de instituten en de vraag van de overheid (in casu de verschillende departementen), maatschappij en bedrijfsleven ten opzichte van 2004 verbeterd?
- In welke mate heeft het proces van vraagsturing bijgedragen aan het verbeteren van de aansluiting tussen kennisvraag en kennisaanbod?
- Hoe hebben de instituten zich ge(re)organiseerd en ge(her)structureerd om hun onderzoeksprogrammering op de vraag af te stemmen?
- In hoeverre is het kennis- en onderzoeksbeleid bij de betrokken departementen versterkt door de vraagsturing?


