Het doel van deze opdracht is om het uitbestede werk van het GOV te evalueren en te kijken of de ondersteuning aansluit op de behoeften in de markt. Hiertoe hebben we het provinciale innovatiebeleid in kaart gebracht, de rol van het GOV hierin en een overzicht van de negen organisaties/programma’s. Met diepte-interviews met betrokkenen van de negen organisaties binnen het GOV hebben we inzicht verkregen in het functioneren van de individuele organisaties, het GOV als geheel en de relatie met de provincie. Ervaringen en knelpunten van klanten/partners van het GOV hebben we in kaart gebracht middels groepssessies en een enquête. Tot slot hebben we twee interactieve sessies georganiseerd met de provincie en het GOV om te reflecteren hoe de provincie en haar partners via de programma’s en organisaties sturing geven aan het vergroten van het GOV.
De evaluatie en het achterliggende rapport zijn inmiddels publiek domein en kunt u – samen met de brief van de Gedeputeerde Staten aan de Provinciale Staten van Gelderland – hier terugvinden.
Op basis van onze analyse komen we tot conclusies over de doelmatigheid, doeltreffendheid, wendbaarheid en sector overstijgende samenwerking en monitoring. Ook hebben we een aantal beslispunten uiteengezet: zaken waar de provincie concreet keuzes kan maken of anderszins richting kan geven om de doeltreffendheid, doelmatigheid en wendbaarheid van het GOV/GOV-organisaties te verbeteren. Tot slot formuleren we een aantal belangrijke lessen voor de provincie Gelderland voor de toekomst van innovatiestimulering. De lessen zijn te zien als bouwstenen in de visie en beleid die de provincie naar onze mening verder kan vormgeven richting GOV, GOV-organisaties en hoe dat past in een provinciale visie op breed gedefinieerde innovatiestimulering (dus met inachtneming van mkb-dienstverlening en beleid gericht op realisatie van provinciale transitieopgaven).
Hieronder geven we een kort overzicht van de belangrijkste conclusies, geïdentificeerde beslispunten en lessen voor beleid.
Conclusies:
- Doelmatigheid: We stellen vast dat het GOV als geheel beperkt doelmatig is. Er zijn verbeterpunten voor de verhouding en inzet van middelen in relatie tot de geleverde producten en diensten. Door onvoldoende regie vanuit de provincie gaat er tijd zitten in onderlinge coördinatie en afstemming tussen organisaties in het GOV. Er is een risico dat bepaalde middelen ondoelmatig worden ingezet door overlappende taken van organisaties binnen het GOV (door het ontbreken van een overkoepelend afwegingskader).
- Doeltreffendheid: Over de doeltreffendheid van het GOV als het geheel kunnen we geen harde uitspraak doen. We zien dat de negen organisaties binnen het GOV afzonderlijk duidelijke doelstellingen hebben en dat de meeste organisaties in het algemeen de doelen lijken te behalen met hun producten en diensten. Echter, de focus van deze evaluatie is het GOV als geheel, waarbij we concluderen dat het ontbreekt aan duidelijke omschreven (SMART-) doelstellingen van het GOV als geheel en welke diensten voor welke doelgroepen zouden kunnen worden aangeboden. Hierdoor is het niet helemaal duidelijk hoe de organisaties binnen het GOV kunnen bijdragen aan de innovatiestimulering binnen de provincie Gelderland.
- Wendbaarheid: Verder concluderen we dat er beperkte wendbaarheid is. De mogelijkheden voor het GOV als geheel om accuraat in te spelen op nieuwe ontwikkelingen nu en naar de toekomst toe zijn onzeker, omdat de organisaties in het GOV sterk uiteenlopen naar opdracht, omvang en organisatievermogen.
- Sector overstijgende samenwerking: Tot slot zien we beperkte sector overstijgende samenwerking in het GOV. Het ontbreekt aan multilaterale afstemming ontbreekt in het GOV. Wel zijn er voorbeelden van een zelf-organiserend vermogen waarbij organisaties in het GOV elkaar (bilateraal) opzoeken.
- Monitoring: Op basis van onze analyse stellen we vast dat monitoring plaatsvindt op individuele basis bij de negen organisaties, dat de KPI’s zich voornamelijk richten op throughput en outcome (en minder op outcome en impact) en niet geïniformeerd zijn over de organisaties. De KPI’s lijken niet te zijn opgesteld aan de hand van een (overkoepelende) beleidstheorie over het provinciale innovatiebeleid en het GOV.
Beslispunten:
- Doelmatigheid: De provincie dient te beslissen of zij het GOV als een integrale systeemvoorziening wil aansturen, inclusief een duidelijke rolverdeling, en moet keuzes maken over de omvang en inzet van structurele en incidentele middelen. Daarnaast moet beslist worden welke innovatiestimuleringsdiensten gefaciliteerd en gefinancierd worden en hoe de provincie de sturingsrelatie, zowel financieel als anderszins, met het GOV vormgeeft, inclusief de financiering van diensten buiten de provincie en de mogelijke oprichting van een gemeenschappelijke frontdesk.
- Wendbaarheid: Er moet een besluit worden genomen of de GOV-dienstverlening exclusief gericht blijft op de vier centrale Gelderse ecosystemen of dat er ruimte is voor meer flexibiliteit in de focus.
- Doeltreffendheid: De provincie moet een visie ontwikkelen voor innovatiestimulering en de rol van het GOV, met nadruk op mkb-dienstverlening, koppeling aan transitiebeleid en een duidelijke doelgroeporiëntatie, terwijl ook gekeken wordt naar regelmatige inhoudelijke gesprekken en vraaggestuurd werken. Tevens is er behoefte aan herijking van subsidievoorwaarden om deze beter aan te laten sluiten bij de doelen en KPI’s.
- Sector overstijgende samenwerking: Er moet rekening gehouden worden met andere publieke en private partijen buiten het GOV die een rol spelen in innovatiestimulering, en de provincie moet overwegen of ze regionale innovatiestatistieken wil verbeteren en data-uitwisseling tussen GOV-organisaties wil bevorderen.
- Monitoring: De provincie moet beslissen of het verbeteren van regionale innovatiestatistieken en de bevordering van data-uitwisseling binnen het GOV een prioriteit is.
Lessen voor beleid:
- Innovatiestimulering is cruciaal voor een concurrerend en vitaal Gelders bedrijfsleven, waarbij de provincie een actievere rol moet spelen in richting, aansturing en benutting.
- De provincie dient een overkoepelende visie te formuleren voor het GOV, die duidelijk maakt welke innovatiestimulering zij ambieert en welke rollen de organisaties hierin spelen.
- Het is essentieel dat de verhoudingen tussen innovatiestimulering, mkb-dienstverlening en transitiebeleid helder worden, om overlap in beleid en uitvoering te voorkomen.
- De provincie moet haar rol bepalen in het palet van innovatiedienstverlening, waarbij keuzes gemaakt worden over welke taken onder provinciale verantwoordelijkheid vallen en waar ontdubbeling nodig is.
- Met behulp van inhoudelijke ontwerpdimensies kan de provincie duidelijk definiëren welke innovatiestimuleringsdiensten van het GOV verwacht worden.
- De provincie moet bepalen welke sturingsvormen passend zijn voor het GOV, waarbij de focus niet enkel financieel moet zijn, maar ook op inhoudelijke dialoog gericht.
- De provincie kan het GOV aansturen als systeemvoorziening om het brede mkb te ondersteunen, met duidelijke rolverdelingen om versplintering te voorkomen.
- Best practices moeten breder in Gelderland worden aangeboden om het bewustzijn en de adoptie van innovaties, gericht op digitalisering en verduurzaming, te vergroten.
- Innovatiestimulering moet complementair en verbindend zijn, met lokaal en nationaal gedefinieerde focussen en aandacht voor samenwerking met private partijen.
- De wendbaarheid van het GOV kan worden vergroot door incidentele financiering, inhoudelijke dialoog en gebruik van het innovatiestimuleringvermogen buiten het GOV.
- Een beleidstheorie kan helpen om de gewenste impact van het GOV te definiëren en om monitoring en betere sturing op outcome en impact mogelijk te maken.
- Regelmatig overleg tussen alle betrokkenen bij innovatiestimulering is noodzakelijk om het aanbod af te stemmen en speerpunten vast te leggen.


