Lopend onderzoek

Sterke onderwijsprofessionals in de digitale transitie

Om leerlingen effectief te kunnen ondersteunen, is het van belang dat leraren zich doorlopend professioneel blijven ontwikkelen. De digitale transitie brengt zowel uitdagingen als kansen met zich mee op dit gebied. Leraren worden uitgedaagd om hun praktijk aan te passen aan nieuwe manieren van werken en leren, en om leerlingen te helpen nieuwe competenties te ontwikkelen, waaronder digitale vaardigheden. Tegelijkertijd bieden nieuwe digitale technologieën mogelijkheden om professionele ontwikkeling van leraren te verbeteren en deze beter af te stemmen op hun behoeften en werkschema.

Uit de Teaching and Learning International Survey (TALIS) van de OESO blijkt dat leraren behoefte hebben aan meer ICT-gerelateerde professionele ontwikkeling. Leraren moeten met vertrouwen nieuwe digitale middelen kunnen gebruiken om de lesinhoud, het lesgeven en de lesorganisatie te verbeteren. Digitaal bekwame leerkrachten zijn ook beter in staat om leerlingen te helpen digitale vaardigheden te ontwikkelen.

Doel van het project

Het doel van dit project is om de overheden van Vlaanderen en Nederland te ondersteunen in het ontwerpen, ontwikkelen en implementeren van hervormingen in het digitale onderwijs. Daarmee draagt het project bij aan effectievere professionalisering voor leraren en een betere ondersteuning van de digitale transitie in het onderwijs.

Methoden

Dit project is gebaseerd op uitgebreid onderzoek en analyse van de huidige behoeften, voorzieningen, beleidsmaatregelen en financieringsmechanismen voor professionalisering. Via een co-creatietraject zijn belangrijke stakeholders op elk niveau van het Vlaamse en Nederlandse onderwijssysteem betrokken. Daarnaast zijn er pilots op scholen uitgevoerd om in de praktijk te toetsen welke stappen die nodig zijn voor de implementatie van effectieve professionalisering.

Resultaten

De belangrijkste resultaten zijn:
  • Voor de digitale professionalisering hebben niet alleen de leraren, maar ook schoolleiders en andere professionals zoals de ICT-coördinator en i-coaches een belangrijke rol. Het project heeft een interventie praatplaat ontwikkeld waarin deze drie actoren hun eigen rol in dit proces hebben om tot doeltreffende professionalisering en uiteindelijk goed digitaal onderwijs te komen. Deze praatplaat kan ook door scholen worden ingezet om te reflecteren op de grootste knelpunten in de organisatie.
  • Via een co-creatie traject met diverse stakeholders in Nederland en Vlaanderen en een onder pilot onder scholen heeft het project elementen ontwikkeld voor een hulpmiddel om scholen te ondersteunen bij het vormgeven van digitale professionalisering. Een deel van deze opbrengsten al vertaald naar een artikel van Kennisnet.
  • Het project heeft aanbevelingen opgesteld voor beleids- en financieringsinstrumenten waarmee het Ministerie van OCW beleid de digitale professionalisering van leraren vanuit nationaal beleid kan stimuleren.
Samenwerking

Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming en het Nederlands Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben steun aangevraagd en ontvangen via het EU-instrument voor technische ondersteuning (Technical Support Instrument of TSI). Dialogic voert het project uit in samenwerking met ICF, Idea Consult en expert Riina Vuokari (in het ASCENT+ consortium).