Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik een nieuwe vorm van celdood na chemotherapie ontdekt, wat op de lange termijn kan leiden tot nieuwe geneesmiddelen die de bijwerkingen van chemotherapie verminderen. Bovendien heb ik van dichtbij meegekregen hoe snel biomedische kennis en technologieën zich ontwikkelen en hoe groot de impact van die ontwikkelingen is op de maatschappij, en in het bijzonder de gezondheidszorg.
Neem bijvoorbeeld CRISPR, een biotechnologie waarmee snel en relatief eenvoudig genetische aanpassingen mogelijk zijn. Deze techniek leidt nu al tot nieuwe therapieën voor kanker en erfelijke ziektes, maar roept ook fundamentele ethische vragen op. Willen we genetische aanpassingen bij embryo’s toestaan, en wat betekent dat voor de samenleving? Dergelijke vraagstukken spelen ook bij technologieën als AI, sociale media en neurotechnologie. Die dynamiek tussen technologische vooruitgang en ethische afwegingen fascineert en motiveert mij enorm om de impact van wetenschap, technologie en innovatie op de maatschappij te onderzoeken.

