Interview met Adriaan Smeitink: een veelbelovende toekomst voor het Nederlandse ruimtevaartbeleid

Voor elke euro die Nederland in ESA investeert, vloeit er momenteel ongeveer €1,08 terug naar het Nederlandse bedrijfsleven.
De Artemis II-missie verbreekt afstandsrecords in de ruimte en Nederland speelt achter de schermen een cruciale rol. Maar hoe staat onze eigen ruimtevaartsector er eigenlijk voor? We spraken met senior onderzoeker Adriaan Smeitink van Dialogic over de evaluatie van het Nederlandse ruimtevaartbeleid (2017-2024).
Nederlandse technologie op weg naar de maan

Adriaan, we horen veel over de Artemis-missie. Wat heeft Nederland daar eigenlijk mee te maken?

Artemis II is een historisch moment; voor het eerst sinds 1972 vliegen er weer mensen naar de maan. Wat veel mensen niet weten, is dat de Nederlandse lucht- en ruimtevaartsector hier direct aan bijdraagt. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA levert namelijk de vitale ‘European Service Module’ voor het Orion-ruimteschip, die de astronauten voorziet van zuurstof, water en voortstuwing. De stroom van deze module wordt geleverd door hoogwaardige Nederlandse zonnepanelen uit Leiden.

Jullie hebben het Nederlandse beleid van de afgelopen zeven jaar onderzocht. Wat zijn de belangrijkste conclusies?

De evaluatie laat zien dat het Nederlandse ruimtevaartbeleid in de periode 2017-2024 doelmatig is geweest; de beschikbare publieke middelen zijn efficiënt ingezet. Tegelijkertijd bleef de doeltreffendheid achter bij de hoge ambities. Dit kwam voornamelijk door de beperkte publieke middelen en het feit dat de Nederlandse bijdrage aan ESA relatief laag bleef in vergelijking met andere lidstaten. Nederland investeerde bijvoorbeeld naar rato van het bruto binnenlands product (BBP) minder dan de afgesproken norm. Ruimtevaart is in belangrijke mate een publiek goed met positieve externe effecten en met Nederlandse deelname aan internationale programma’s worden schaalvoordelen bereikt.

Verder is het Nederlandse ruimtevaartbeleid de afgelopen jaren substantieel gewijzigd, waarbij er meer aandacht is voor veiligheid, defensie en strategische autonomie. Ook zijn de meeste aanbevelingen uit de vorige evaluatie van het ruimtevaartbeleid (over de periode 2012-2016) overgenomen, die ook door Dialogic is uitgevoerd. Een aanbeveling die helaas niet werd overgenomen was een verhoging van het budget voor ruimtevaartbeleid, terwijl dit wel als noodzakelijk en urgent wordt ervaren door de ruimtevaartsector.

Hoe presteert Nederland op economisch en wetenschappelijk vlak binnen deze internationale context?

Wetenschappelijk gezien behoort Nederland tot de wereldtop, met instituten zoals SRON, TNO en NLR die een prominente rol spelen in internationale missies. Onze instituten en bedrijven zijn onmisbaar bij het ontwikkelen van geavanceerde instrumenten voor bijvoorbeeld aardobservatie en klimaatonderzoek. Economisch gezien is de zogenaamde ‘geo-return‘ een belangrijk succes: voor elke euro die Nederland in ESA investeert, vloeit er momenteel ongeveer €1,08 terug naar het Nederlandse bedrijfsleven en kennisinstellingen in de vorm van opdrachten. Hoewel deze geo-return in de loop der jaren een dalende trend liet zien, droeg ESTEC (het Europese ruimtevaartonderzoekscentrum in Noordwijk, deels ondersteund met Nederlandse middelen) bij aan positieve neveneffecten voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen.

Het rapport noemt de toekomst van het ruimtevaartbeleid veelbelovend. Waar is dat op gebaseerd?

Het aankomende ruimtevaartbeleid ziet er veelbelovend uit, onder andere door de in 2024 geïntroduceerde ‘Lange-termijn ruimtevaartagenda’ (LTR). Hierin zijn zes duidelijke missies geformuleerd die zich richten op thema’s als nationale veiligheid, klimaat, wetenschappelijke excellentie en economische groei. Er worden belangrijke stappen gezet in de aansturing door de oprichting van de Interdepartementale Raad Ruimtedomein (IRR) en de omvorming van het Netherlands Space Office (NSO) naar het Netherlands Space Agency (NLSA) in maart 2026. Met het versterken van de uitvoering door de verandering van een office naar een agency, kan Nederland zijn belangen in Europese organisaties als ESA beter behartigen en wordt het agentschap internationaal beter herkend. Bovendien heeft Nederland afgelopen november tijdens de ESA-ministerconferentie in Bremen aangekondigd de bijdrage aan ESA voor de periode 2026-2028 met €109 miljoen te verhogen.

Wat zijn de belangrijkste lessen voor de komende jaren?

Hoewel de basis solide is, moet Nederland in de toekomst scherpere keuzes maken. Met de huidige middelen is het lastig om alle ambities tegelijkertijd volledig te realiseren. Het prioriteren van missies waar Nederland al sterk in is, zoals aardobservatie en satellietcommunicatie, is essentieel. Ook is er meer aandacht nodig voor het werven van technisch talent en het verbeteren van de wisselwerking tussen de ESA-vestiging in Noordwijk (ESTEC) en het Nederlandse ecosysteem, om de kansen die de ruimtevaart biedt optimaal te verzilveren. Ook zou de overheid nog meer als launching customer kunnen optreden voor de ruimtevaartsector en condities creëren waaronder Nederlandse ruimtevaartbedrijven internationaal koploper kunnen worden, bijvoorbeeld door het zo veel mogelijk openbaar maken van satellietdata zodat (innovatieve) producten kunnen worden ontwikkeld die bijdragen aan maatschappelijke transities en het Nederlands verdienvermogen. Tot slot is het van belang om de doelstellingen van het toekomstig ruimtevaartbeleid zo concreet mogelijk te formuleren (bijvoorbeeld met meer toegesneden indicatoren), wat (betere) opties biedt om het beleid te monitoren, evalueren en bij te sturen.

Offerte aanvragen?

Heeft u een concrete onderzoeksvraag of -opdracht en wenst u hiervoor van ons een offerte ontvangen? Dan kunt u uw vraag per e-mail toesturen aan tenderdesk@dialogic.nl. U kunt ons via dit adres ook attenderen op (openbare) aanbestedingen. We geven binnen vijf werkdagen een reactie.

Meer informatie