Consumenten mogen voor eigen oefening, studie en gebruik een kopie maken van auteursrechtelijk en nabuurrechtelijk beschermd werk (uit een legale bron). Dit wordt een thuiskopie genoemd, en is opgenomen in de Auteurswet en de Wet naburige rechten. Auteursrechthebbenden en rechthebbenden van de naburige rechten worden hiervoor gecompenseerd via een indirecte vergoeding: de thuiskopievergoeding. Het gaat om auteurs- en naburig rechthebbenden van alle soorten audio, audiovisuele werken, geschriften en beeldwerken. De vergoedingen wordt betaald bij de aanschaf van mediadragers, en door Stichting de Thuiskopie geïnd en verdeeld. De hoogte van de vergoedingen worden vastgesteld door de Stichting Onderhandelingen Thuiskopie (SONT).
De hoogte van de vergoeding voor thuiskopiëren moet ‘billijk’ zijn en verband houden met de geleden schade door rechthebbenden als gevolg van het kopiëren voor privégebruik. In opdracht van de SONT heeft Dialogic een onderzoek uitgevoerd naar deze geleden schade, ten behoeve van een herijking van de tarieven.
Uitgangspunt van het onderzoek is dat de schade door thuiskopieën te bepalen is aan de hand van de volgende formule:
Schade thuiskopieën = aantal gemaakte thuiskopieën per jaar x schade per consumptie x consumptiefactorIn dit onderzoek ligt de focus op het in kaart brengen van de factor schade per consumptie, wat uitgewerkt is als de netto marginale opbrengst voor rechthebbenden van een gelicentieerde consumptie. Binnen dit kader zijn twee benaderingen onderscheiden:
- Het substitutiemodel – ook wel vraaguitval genoemd. Dit model gaat uit van de vraag in welke mate consumenten gelicentieerde exemplaren zouden hebben aangeschaft als zij geen thuiskopie hadden gemaakt.
- Het licentiemodel – waarin elke thuiskopie als een vorm van waarde wordt gezien. Het streamingsmodel valt hieronder.
- Audiowerken
- Audiovisuele werken
- Boeken en geschriften
- Afbeeldingen
Bezoek de website van SONT voor nadere informatie over dit en gerelateerde onderzoeken.

