4-4-2025

Evaluatie WBSO 2018-2022

Is de WBSO doeltreffend en doelmatig?

Dialogic evalueerde samen met SEO in hoeverre de WBSO in de periode 2018-2022 op doeltreffende en doelmatige wijze heeft bijgedragen aan de verhoging van R&D-inspanningen van bedrijven in Nederland, innovatie, bedrijfsprestaties en het fiscale vestigingsklimaat voor hoogwaardige bedrijvigheid in Nederland.

Achtergrond

Nederland kent sinds 1994 de WBSO als fiscale stimuleringsregeling voor onderzoek en ontwikkeling bij bedrijven. De WBSO is een afkorting van Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk, die tot en met 1995 aan de regeling ten grondslag lag. Speur en Ontwikkelingswerk (S&O) refereert aan de subset van Research & Development (R&D) waar de WBSO betrekking op heeft en is te definiëren als ‘technisch wetenschappelijk onderzoek’ en de ‘ontwikkeling van technisch nieuwe producten, productieprocessen en programmatuur’. De doelstellingen van de WBSO zijn (1) het bevorderen van S&O (en in het verlengde daarvan R&D-inspanningen) van bedrijven en (2) het verbeteren van het vestigingsklimaat voor hoogwaardige bedrijvigheid.

Belangrijkste conclusies

  • De evaluatie bevestigt dat het doelgroepbereik van de WBSO adequaat blijft.
  • We concluderen dat de WBSO – nog steeds – een overwegend doeltreffend instrument is. De WBSO resulteert, via een verlaging van de gebruikerskosten, in hogere S&O/R&D-investeringen. De bang-for-the-buck (een maatstaf voor de verhouding tussen belastingkorting en additionele investeringen) bedraagt in de periode 2018 - 2022 in de door ons geprefereerde schatting € 0,41 in termen van S&O. De effectiviteit van de WBSO als stimulans voor extra S&O/R&D-investeringen neemt wel af over de tijd.
  • Naar onze mening is de WBSO een doelmatige basisfaciliteit op de eerste doelstelling voor sterk en minder sterk vernieuwende bedrijven met S&O.
  • De WBSO is qua uitvoering een microdoelmatige regeling. De uitvoeringskosten van RVO voor de uitvoering van de WBSO liggen in de periode 2018 - 2022 tussen de 17,5 en 20,1 miljoen euro per jaar en bedragen daarmee gemiddeld 1,4 procent van het jaarlijkse WBSO-budget. Dat is significant hoger dan van de Innovatiebox (0,12 procent), maar kan verklaard worden doordat de WBSO veel voorbereidend werk doet voor de Innovatiebox (een S&O-verklaring is namelijk verplicht om voor de Innovatiebox in aanmerking te komen). In vergelijking met bijvoorbeeld subsidieregelingen zijn de uitvoeringskosten van de WBSO juist zeer laag.
Op basis van het onderzoek geven we de beleidsmaker de volgende beleidsopties mee:
  • Expliciteer de doelstellingen van de WBSO en scherp deze eventueel aan.
  • Verken de mogelijkheid om op termijn een incrementeel element aan de WBSO toe te voegen.
  • Verklein de groeiende “wig” tussen bedrijven met R&D en bedrijven die gebruikmaken van de WBSO en overweeg tegelijkertijd de WBSO te richten op radicalere vormen van innovatie.
  • Schrap de farmaciebrief.
  • Verken de mogelijkheden om de uitdagingen ten aanzien van verzilvering te adresseren.
  • Bezie de ontwikkeling van de WBSO en de doeltreffendheid ervan ook in samenhang met de uitdaging om voldoende R&D-talent op te leiden en te werven.
  • Ga door met het verbeteren van de uitvoeringspraktijk van de WBSO.
In het onderzoeksrapport geven we tot slot enkele adviezen ten aanzien van toekomstige evaluaties.

Het onderzoeksrapport is op 3 april naar de Tweede Kamer gestuurd. Lees hier de Beslisnota en de Kabinetsreactie.