[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"GET::/api/wp/v2/menu-items?{\"menus\":148,\"_fields\":\"title,parent,id,url\",\"language\":\"nl\"}":3,"GET::/api/wp/v2/projecten?{\"slug\":\"evaluatie-wbso-2011-2017-2\",\"language\":\"nl\"}":164,"GET::/api/wp/v2/menu-items?{\"menus\":147,\"_fields\":\"title,parent,id,url,slug\",\"language\":\"nl\"}":249,"GET::/api/wp/v2/menu-items?{\"menus\":149,\"_fields\":\"title,parent,id,url\",\"language\":\"nl\"}":267,"GET::/api/wp/v2/medewerkers/484?{\"_fields\":\"slug,acf,link\",\"language\":\"nl\"}":274,"GET::/api/wp/v2/medewerkers/484?{\"_fields\":\"title,featured_media,link,acf,slug\",\"language\":\"nl\"}":294,"GET::/api/wp/v2/medewerkers?{\"_fields\":\"id,slug,title,featured_media,acf,link\",\"per_page\":100,\"include\":\"484,528,526,1902,4030\",\"orderby\":\"title\",\"order\":\"asc\",\"language\":\"nl\"}":303,"GET::/api/wp/v2/media/5872?{\"_fields\":\"title,source_url\",\"language\":\"nl\"}":352,"GET::/api/wp/v2/media/5945?{\"_fields\":\"title,source_url\",\"language\":\"nl\"}":355,"GET::/api/wp/v2/projecten?{\"_fields\":\"id,title,date,excerpt,slug,date_gmt,type,featured_media,acf,link\",\"per_page\":3,\"domeinen\":\"40,44\",\"exclude\":[5876],\"language\":\"nl\"}":359,"GET::/api/wp/v2/media/14279?{\"_fields\":\"source_url,media_details,alt_text,caption,title\",\"language\":\"nl\"}":428,"GET::/api/wp/v2/media/15367?{\"_fields\":\"source_url,media_details,alt_text,caption,title\",\"language\":\"nl\"}":487,"GET::/api/wp/v2/media/15364?{\"_fields\":\"source_url,media_details,alt_text,caption,title\",\"language\":\"nl\"}":520,"HEAD::/api/wp/v2/?{\"_fields\":\"source_url,media_details,alt_text,caption,title\",\"language\":\"nl\"}":211,"GET::/api/wp/v2/media/15791?{\"_fields\":\"source_url,media_details,alt_text,caption,title\",\"language\":\"nl\"}":550,"GET::/api/wp/v2/media/15726?{\"_fields\":\"source_url,media_details,alt_text,caption,title\",\"language\":\"nl\"}":588,"GET::/api/wp/v2/media/15650?{\"_fields\":\"source_url,media_details,alt_text,caption,title\",\"language\":\"nl\"}":627},{"items":4,"total":163},[5,11,15,20,25,30,35,40,45,50,55,60,65,70,75,80,85,89,94,99,104,109,114,119,124,129,134,139,144,149,153,158],{"id":6,"title":7,"url":9,"parent":10},12569,{"rendered":8},"Thema&#8217;s","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/arbeidsmarkt/",0,{"id":12,"title":13,"url":9,"parent":6},12577,{"rendered":14},"Arbeidsmarkt",{"id":16,"title":17,"url":19,"parent":6},12578,{"rendered":18},"Cultuur en media","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/media-en-cultuur/",{"id":21,"title":22,"url":24,"parent":6},14773,{"rendered":23},"Cybersecurity en -crime","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/cybersecurity/",{"id":26,"title":27,"url":29,"parent":6},12579,{"rendered":28},"Digitale connectiviteit","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/digitale-connectiviteit/",{"id":31,"title":32,"url":34,"parent":6},12580,{"rendered":33},"Digitalisering","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/digitalisering/",{"id":36,"title":37,"url":39,"parent":6},12582,{"rendered":38},"Innovatie","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/innovatie/",{"id":41,"title":42,"url":44,"parent":6},15659,{"rendered":43},"Justitie en veiligheid","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/justitie-en-veiligheid/",{"id":46,"title":47,"url":49,"parent":6},12581,{"rendered":48},"Klimaat en energie","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/klimaat-en-energie/",{"id":51,"title":52,"url":54,"parent":6},15736,{"rendered":53},"Land- en tuinbouw","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/land-en-tuinbouw/",{"id":56,"title":57,"url":59,"parent":6},12583,{"rendered":58},"Ondernemerschap en mkb","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/ondernemerschap-en-mkb/",{"id":61,"title":62,"url":64,"parent":6},12586,{"rendered":63},"Onderwijs","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/onderwijs/",{"id":66,"title":67,"url":69,"parent":6},15657,{"rendered":68},"Weerbaarheid","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/weerbaarheid/",{"id":71,"title":72,"url":74,"parent":6},12588,{"rendered":73},"Wetenschap en onderzoek","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/wetenschap-en-onderzoek/",{"id":76,"title":77,"url":79,"parent":6},12584,{"rendered":78},"Zorg","https://content.dialogiconderzoek.nl/thema/zorg/",{"id":81,"title":82,"url":84,"parent":10},12570,{"rendered":83},"Diensten","https://content.dialogiconderzoek.nl/dienst/beleidsonderzoek/",{"id":86,"title":87,"url":84,"parent":81},12571,{"rendered":88},"Beleidsonderzoek",{"id":90,"title":91,"url":93,"parent":81},12572,{"rendered":92},"Data- &#038; AI-oplossingen","https://content.dialogiconderzoek.nl/dienst/data-en-ai-oplossingen/",{"id":95,"title":96,"url":98,"parent":81},12574,{"rendered":97},"Dashboards","https://content.dialogiconderzoek.nl/dienst/dashboards/",{"id":100,"title":101,"url":103,"parent":81},14311,{"rendered":102},"Evaluatie en monitoring","https://content.dialogiconderzoek.nl/dienst/evaluatie-en-monitoring/",{"id":105,"title":106,"url":108,"parent":81},12575,{"rendered":107},"Infographics en visualisaties","https://content.dialogiconderzoek.nl/dienst/infographics-en-visualisaties/",{"id":110,"title":111,"url":113,"parent":81},14521,{"rendered":112},"Inzet AI bij overheden","https://content.dialogiconderzoek.nl/dienst/ai-voor-overheden/",{"id":115,"title":116,"url":118,"parent":81},12576,{"rendered":117},"Strategisch advies","https://content.dialogiconderzoek.nl/dienst/strategisch-advies/",{"id":120,"title":121,"url":123,"parent":10},13322,{"rendered":122},"Onderzoeken","https://content.dialogiconderzoek.nl/onderzoeken/",{"id":125,"title":126,"url":128,"parent":10},12589,{"rendered":127},"Over ons","https://content.dialogiconderzoek.nl/over-dialogic/organisatie/",{"id":130,"title":131,"url":133,"parent":125},12656,{"rendered":132},"Contact","https://content.dialogiconderzoek.nl/over-dialogic/contact/",{"id":135,"title":136,"url":138,"parent":125},13058,{"rendered":137},"Geschiedenis","https://content.dialogiconderzoek.nl/over-dialogic/geschiedenis/",{"id":140,"title":141,"url":143,"parent":125},15730,{"rendered":142},"Maatschappelijke impact","https://content.dialogiconderzoek.nl/werken-bij-dialogic/veelgestelde-vragen/impact/",{"id":145,"title":146,"url":148,"parent":125},13323,{"rendered":147},"Nieuwsarchief","https://content.dialogiconderzoek.nl/over-dialogic/nieuwsarchief/",{"id":150,"title":151,"url":128,"parent":125},12593,{"rendered":152},"Organisatie",{"id":154,"title":155,"url":157,"parent":125},12597,{"rendered":156},"Opdrachtgevers","https://content.dialogiconderzoek.nl/over-dialogic/opdrachtgevers/",{"id":159,"title":160,"url":162,"parent":125},12590,{"rendered":161},"Team","https://content.dialogiconderzoek.nl/medewerkers/","32",{"items":165,"total":248},[166],{"id":167,"date":168,"date_gmt":169,"guid":170,"modified":172,"modified_gmt":173,"slug":174,"status":175,"type":176,"link":177,"title":178,"featured_media":10,"template":180,"domeinen":181,"class_list":184,"acf":191,"_links":212},5876,"2019-04-17T13:46:24","2019-04-17T11:46:24",{"rendered":171},"https://www.dialogic.nl/?post_type=projecten&#038;p=5876","2021-07-02T09:28:33","2021-07-02T07:28:33","evaluatie-wbso-2011-2017-2","publish","projecten","https://content.dialogiconderzoek.nl/projecten/evaluatie-wbso-2011-2017-2/",{"rendered":179},"Evaluatie WBSO 2011-2017","",[182,183],40,44,[185,176,186,187,188,189,190],"post-5876","type-projecten","status-publish","hentry","domeinen-beleidsonderzoek","domeinen-innovatie-en-wetenschap",{"projectnummer":192,"opdrachtgevers":193,"projectleden":196,"loopt":202,"sleutelwoorden":203,"omschrijving":204,"rapporttitel":179,"bestand":205,"publicatienummer":206,"extra_downloads":207,"slider":211,"prominentie":202,"interviews":211,"slogan":180,"onder_slogan":180,"slogan_titel":180,"slogan_links":180},"2018.035",[194],{"opdrachtgever":195},"Ministerie van Economische Zaken en Klimaat",[197,198,199,200,201],484,528,526,1902,4030,false,"wbso, R&D, RDA, belastingmaatregel, innovatiekracht, innovatieprestaties","Op 11 april heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat de door Dialogic in samenwerking met APE en UNU-MERIT uitgevoerde \u003Ca href=\"https://www.dialogic.nl/wp-content/uploads/2018/07/evaluatie-wbso-2011-2017.pdf\">evaluatie van de WBSO 2011-2017\u003C/a> aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze ging vergezeld van de \u003Ca href=\"https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/04/11/kamerbrief-over-de-evaluatie-wbso-2011-2017\">kabinetsreactie\u003C/a> waarin de staatssecretaris onder andere ingaat op de legitimatie van de WBSO en op de 12 aanbevelingen die gedaan zijn in de evaluatie. De evaluatie is vernieuwend omdat niet alleen de econometrische analyses op een voor Nederland nieuwe manier zijn uitgevoerd (zogenaamde gebruikerskosten benadering), maar ook omdat voor het eerst meer inzicht is verkregen in de zogenaamde spillovereffecten via een uitgebreide survey en ook \u003Cem>text mining\u003C/em> analyses zijn uitgevoerd in samenwerking met RVO op de WBSO-data.\r\n\r\nDe WBSO wordt gezien als de basis van het Nederlandse innovatiebeleid. Het is een regeling waarvan de vormgeving en impact politiek en ook bij de doelgroep (bedrijven met R&amp;D) behoorlijk in de belangstelling staat. Ook internationaal is er veel belangstelling voor dergelijke \u003Cem>tax credit\u003C/em> regelingen. Methodisch is het ook buitencategorie evaluatie omdat de WBSO zich als een van de weinige instrumenten leent voor geavanceerde econometrische effectmeting.\r\n\r\n\u003Cem>Wat is de WBSO?\u003C/em>\r\n\r\nNederland kent sinds 1994 de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) als fiscale stimuleringsregeling voor Speur- en Ontwikkelingswerk (S&amp;O) bij bedrijven. De primaire doelstelling van de WBSO is verhoging van de S&amp;O-inspanningen van bedrijven. De WBSO beoogt daarnaast het vestigingsklimaat voor S&amp;O-bedrijvigheid te verbeteren. S&amp;O dat thans kwalificeert voor de WBSO betreft ‘technisch wetenschappelijk onderzoek’ en de ‘ontwikkeling van technisch nieuwe producten, productieprocessen en programmatuur’. In 2019 kent de WBSO een aftrekpercentage van 32% in de eerste schijf (tot € 350.000, en 40% voor starters) en een aftrekpercentage van 16% in de tweede schijf. De regeling wordt door RVO.nl uitgevoerd en kende in de evaluatieperiode verschillende wijzigingen die onder andere zijn gebruikt om de doeltreffendheid van de regeling (econometrisch) te evalueren. De WBSO is - met in 2017 bijna € 1,2 miljard aan verzilverde afdrachtvermindering - samen met de Innovatiebox (budgettair beslag in 2017 €1.554 miljoen) de belangrijkste regeling in Nederland gericht op stimulering van S&amp;O in individuele bedrijven en verbetering van het vestigingsklimaat voor innovatieve bedrijvigheid. Steeds meer ontwikkelde landen beschikken over dergelijke \u003Cem>R&amp;D tax credit\u003C/em> regelingen. Het aandeel van generieke, indirecte instrumenten (WBSO en Innovatiebox) in het totale budget voor bedrijfsgerichte R&amp;D-stimulering is in Nederland in internationaal vergelijk relatief hoog en in de evaluatieperiode verder toegenomen. Specifieke, directe ondersteuning van R&amp;D bij bedrijven middels subsidies is relatief afgenomen.\r\n\r\n\u003Cem>Mixed-method evaluatie\u003C/em>\r\n\r\nHet doel van de evaluatie was om na te gaan in hoeverre de WBSO over de periode 2011-2017 (en de RDA over de periode 2012-2015) op een doeltreffende en doelmatige wijze heeft bijgedragen aan de verhoging van de S&amp;O-inspanningen van bedrijven in Nederland (1e orde effect), innovatie (2e orde effecten) en bedrijfsprestaties (3e orde effecten) en aan het (fiscale) vestigingsklimaat voor R&amp;D-bedrijvigheid in Nederland. Om deze samengestelde hoofdvraag te kunnen beantwoorden is ook inzicht in doelgroepbereik en gebruik van de regeling, de wijze van uitvoering en uitvoeringskosten en de administratieve lasten van de WBSO vereist. Voor de uitvoering van de evaluatie is gebruik gemaakt van een combinatie van methoden, te weten: desk study, analyse administratieve data (deels in combinatie met gekoppelde CBS-data), econometrische analyses, uitgebreide online enquête, interviews/groepsgesprekken alsmede een \u003Cem>textmining\u003C/em> analyse.\r\n\r\n\u003Cem>Overall oordeel\u003C/em>\r\n\r\nWe hebben de WBSO als een kostenefficiënte regeling beoordeeld, die door het gros van de gebruikers wordt gewaardeerd en die een aantoonbaar positief effect heeft op de S&amp;O-loonsom van bedrijven. Het is ook aannemelijk dat de WBSO – naast andere factoren – bijdraagt aan het vestigingsklimaat voor die bedrijven die hun S&amp;O-activiteiten op internationale schaal organiseren (“internationals”). We hebben in deze evaluatie de economische opbrengsten van de extra S&amp;O als gevolg van de WBSO niet vergeleken met de economische kosten van de WBSO (kosten-batenanalyse). De macro-doelmatigheid kan derhalve alleen worden benaderd. Wel hebben we zo goed als mogelijk de zogenaamde spillovereffecten (onder andere met behulp van de grootschalige online survey onder meer dan 1600 WBSO-gebruikers) in beeld gebracht. Wij concluderen dat als rekening wordt gehouden met \u003Cem>spillover\u003C/em>effecten het aannemelijk is dat de baten van de WBSO groter zijn dan de kosten van de WBSO.\r\n\r\nOp basis van de evaluatie zijn in totaal 26 conclusies geformuleerd. Onderstaand een top-5.\r\n\u003Col>\r\n \t\u003Cli>In de evaluatieperiode 2011-2017 is de geschatte omvang van de korte termijn \u003Cem>Bang For The Buck\u003C/em> (BFTB) 0,7 en van de lange termijn 0,9. Dat betekent dat, als we sec naar de WBSO-deelnemers zelf kijken, iedere euro belastingkorting op de korte termijn naar schatting leidt tot 70 eurocent extra S&amp;O-loonsom. Op de lange termijn is dat naar schatting 90 eurocent per euro belastingkorting. Dit betekent dus dat 1 euro extra belastingkorting in totaal over een ‘oneindige periode’ naar schatting leidt tot 0,90 extra S&amp;O-loonsom. Dit is het directe effect van de WBSO op de S&amp;O-loonsom. De enquêteresultaten en de literatuur geven aanwijzingen dat er daarbovenop \u003Cem>spillover\u003C/em>effecten zijn. Onze econometrische schattingen suggereren dat de effectiviteit van de WBSO in termen van BFTB over de tijd iets is afgenomen (dat wil zeggen, over de langere periode 2008 – 2017 schatten we iets hogere BFTB waardes).\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Afgaande op zelf gerapporteerde gedragsveranderingen (de enquête) draagt de WBSO in specifieke gebruikersgroepen bij aan professionalisering van R&amp;D-activiteiten. Dit schuilt onder meer in het aantrekken van gespecialiseerd personeel en het ontwikkelen van vaardigheden voor planning en samenwerking in het R&amp;D-proces. Kleine en middelgrote bedrijven rapporteren in de regel meer gedragseffecten dan grotere bedrijven.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>De WBSO draagt volgens de enquêteresultaten (en conform de rationale) bij aan R&amp;D-investeringen die bedrijven relatief minder eenvoudig zelf te gelde kunnen maken. Deelnemers die aangeven dat hun R&amp;D-inspanningen van de WBSO afhangen genereren ook meer \u003Cem>spillovers\u003C/em>. Behalve het voortbrengen van \u003Cem>spillovers\u003C/em> is de WBSO ook relevant voor het benutten ervan.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Voor de bedrijven die hun R&amp;D op internationale schaal organiseren of dit overwegen – en dat is per definitie een beperkte selectie uit de populatie WBSO-gebruikers – draagt de WBSO bij aan een verlaging van de effectieve belastingdruk, een belangrijke (maar niet de enige) voorwaarde voor een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven met R&amp;D-activiteiten.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>De geschatte administratieve lasten (optelsom van inzet intermediair en eigen kosten voor administratie) van de WBSO in 2017 liggen waarschijnlijk wat hoger dan de lasten die aan het eind van de vorige evaluatieperiode zijn geschat (8% van het WBSO-budget). De zelf gerapporteerde eigen kosten van alle bedrijven bedragen naar schatting tussen de 4,4% - 7% van het toegekende WBSO-budget in 2017. De geschatte kosten vanwege inzet intermediair bedraagt 3,8% van het toegekende WBSO-budget.\u003C/li>\r\n\u003C/ol>\r\nOp basis van bovengenoemde bevindingen zijn in totaal 12 aanbevelingen geformuleerd. Dit zijn overwegend aanbevelingen omtrent vormgeving van een \u003Cem>R&amp;D tax credit\u003C/em> regeling als de WBSO alsmede enkele praktische aanbevelingen voor verbetering doelgroepbereik en opzet en uitvoering van de WBSO. We hebben daarbij ook gepleit voor het inzetten van beleidsexperimenten binnen de WBSO om in de toekomst in het klein te kunnen beproeven of aanpassingen in de regeling effectief zijn. In de \u003Ca href=\"https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/04/11/kamerbrief-over-de-evaluatie-wbso-2011-2017\">kabinetsreactie\u003C/a> gaat de staatssecretaris in op elk van de gegeven aanbevelingen.",5872,"2018.035.01",[208],{"extra_naam":209,"extra_bestand":210},"Evaluation WBSO 2011-2017 - English summary ",5945,null,{"self":213,"collection":219,"about":222,"acf:post":225,"wp:attachment":237,"wp:term":240,"curies":244},[214],{"href":215,"targetHints":216},"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/projecten/5876",{"allow":217},[218],"GET",[220],{"href":221},"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/projecten",[223],{"href":224},"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/types/projecten",[226,229,231,233,235],{"embeddable":227,"href":228},true,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/medewerkers/4030",{"embeddable":227,"href":230},"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/medewerkers/1902",{"embeddable":227,"href":232},"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/medewerkers/526",{"embeddable":227,"href":234},"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/medewerkers/528",{"embeddable":227,"href":236},"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/medewerkers/484",[238],{"href":239},"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/media?parent=5876",[241],{"taxonomy":242,"embeddable":227,"href":243},"domeinen","https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-json/wp/v2/domeinen?post=5876",[245],{"name":246,"href":247,"templated":227},"wp","https://api.w.org/{rel}","1",{"items":250,"total":266},[251,256,261],{"id":252,"title":253,"url":255,"parent":10},12653,{"rendered":254},"Algemene voorwaarden","https://content.dialogiconderzoek.nl/meta/algemene-voorwaarden/",{"id":257,"title":258,"url":260,"parent":10},12868,{"rendered":259},"Privacyverklaring","https://content.dialogiconderzoek.nl/meta/privacyverklaring/",{"id":262,"title":263,"url":265,"parent":10},12568,{"rendered":264},"Lopende onderzoeken","https://content.dialogiconderzoek.nl/lopende-onderzoeken/","3",{"items":268,"total":248},[269],{"id":270,"title":271,"url":273,"parent":10},13577,{"rendered":272},"Werken bij Dialogic","https://content.dialogiconderzoek.nl/werken-bij-dialogic/",{"slug":275,"link":276,"acf":277},"pim-den-hertog","https://content.dialogiconderzoek.nl/medewerkers/pim-den-hertog/",{"voornaam":278,"tussenvoegsel":279,"achternaam":280,"functie":281,"e-mailadres":282,"telefoonnummer":283,"vakgebieden":284,"omschrijving":291,"foto_staand":292,"slider":180,"quote":180,"slogan_links":180,"linkedin":293,"twitter":180},"Pim","den","Hertog","Partner","denhertog@dialogic.nl","+31302150585",[285,287,289],{"vakgebied":286},"Innovatiebeleid",{"vakgebied":288},"Diensteninnovatie",{"vakgebied":290},"Strategie en beleid","Sinds 1990 houd ik me in essentie bezig met de vraag hoe we als economie en samenleving maximaal profijt kunnen hebben van investeringen in kennis en innovatie. Hoewel van oorsprong economisch geograaf voel ik me in de eerste plaats innovatiewetenschapper. Naast sterk analytische vaardigheden ben ik bekend met politiek-bestuurlijke verhoudingen en communicatief vaardig.\r\n\r\nIk houd me als senior onderzoeker/adviseur en projectleider vooral bezig met monitoring en evaluatie van wetenschaps-, ondernemerschaps- en innovatiebeleid en governance. Daarnaast is management van diensteninnovatie, in alle denkbare contexten, een favoriet domein. De afgelopen 25 jaar heb ik voor talloze, overwegend (semi-)publieke organisaties gewerkt waaronder diverse ministeries (EZ, Financien, OCW, IenM en in Vlaanderen EWI), OECD, de Europese Commissie, AWTI, NWO, STW, RVO en de Belastingdienst. Ik probeer waar mogelijk mijn werk ook vast te leggen in publicaties en presentaties. Verder houd ik me als een van de founding partners van Dialogic ook bezig met de verdere uitbouw van Dialogic.\r\n\r\nNa de afronding van mijn studie Economische Geografie aan de UU (1990) heb ik eerst acht jaar met veel plezier bij TNO Strategie Technologie en Beleid gewerkt alvorens in 1998 Dialogic mede op te richten. In 2008-2010 was ik gedetacheerd bij faculteit Economie en Bedrijfskunde van de UvA. Daar heb ik onder andere bijgedragen aan de oprichting van het Amsterdam Centre for Service Innovation. Ook heb ik daar mijn proefschrift \u003Cem>Managing Service Innovation\u003C/em> afgerond. In mijn vrije tijd ondersteun ik mijn drie kinderen bij het wedstrijdzeilen.",14277,"http://www.linkedin.com/pub/pim-den-hertog/0/965/7a0",{"slug":275,"link":276,"title":295,"featured_media":297,"acf":298},{"rendered":296},"Pim den Hertog",14279,{"voornaam":278,"tussenvoegsel":279,"achternaam":280,"functie":281,"e-mailadres":282,"telefoonnummer":283,"vakgebieden":299,"omschrijving":291,"foto_staand":292,"slider":180,"quote":180,"slogan_links":180,"linkedin":293,"twitter":180},[300,301,302],{"vakgebied":286},{"vakgebied":288},{"vakgebied":290},{"items":304,"total":266},[305,324,345],{"id":199,"slug":306,"link":307,"title":308,"featured_media":310,"acf":311},"arthur-vankan","https://content.dialogiconderzoek.nl/medewerkers/arthur-vankan/",{"rendered":309},"Arthur Vankan",15364,{"voornaam":312,"tussenvoegsel":180,"achternaam":313,"functie":281,"e-mailadres":314,"telefoonnummer":315,"vakgebieden":316,"omschrijving":321,"foto_staand":322,"slider":180,"quote":323,"slogan_links":180,"linkedin":180,"twitter":180},"Arthur","Vankan","vankan@dialogic.nl","+31302150589",[317,318,319],{"vakgebied":33},{"vakgebied":38},{"vakgebied":320},"Onderwijs-arbeidsmarkt","Als onderzoeker en adviseur bij Dialogic help ik beleidsmakers om deze complexe wereld begrijpelijk te houden. Mijn werk draait om het monitoren, evalueren en ontwikkelen van beleid, vooral op het gebied van innovatie, digitalisering en menselijk kapitaal. Een groot deel van mijn focus ligt op de digitaliseringstransitie en de rol van kunstmatige intelligentie (AI) in dit proces. De steeds verdergaande digitalisering verandert ook de manier waarop we onze maatschappij en economie vormgeven. Dat vraagt ook om aanpassingsvermogen van mensen: we zullen nieuwe kennis en vaardigheden moeten opdoen en op een andere manier leren werken.\r\n\r\nNaast onderzoek op dit gebied draag ik zelf ook bij aan het ontwikkelen van AI-toepassingen en ben ik actief als docent AI voor verschillende organisaties in het publieke en private domein.\r\n\r\nMijn opleidingsachtergrond ligt op het gebied van innovatiewetenschappen aan de Technische Universiteit Eindhoven. In mijn jonge jaren heb ik me al in de digitale wereld gestort; in 2004 en 2005 ben ik tweevou­dig wereld­kam­pi­oen profes­si­o­nal gaming geweest.",15365,"Digitale technologie slim en verantwoord laten werken voor mensen",{"id":198,"slug":325,"link":326,"title":327,"featured_media":329,"acf":330},"matthijs-janssen","https://content.dialogiconderzoek.nl/medewerkers/matthijs-janssen/",{"rendered":328},"Matthijs Janssen",15367,{"voornaam":331,"tussenvoegsel":180,"achternaam":332,"functie":333,"e-mailadres":334,"telefoonnummer":335,"vakgebieden":336,"omschrijving":342,"foto_staand":343,"slider":180,"quote":180,"slogan_links":180,"linkedin":344,"twitter":180},"Matthijs","Janssen","Principal scientist","janssen@dialogic.nl","+31302150566",[337,338,340],{"vakgebied":286},{"vakgebied":339},"Maatschappelijke uitdagingen",{"vakgebied":341},"Transities en systeemanalyse","Als Dialogic’s Principal Scientist houd ik me primair bezig met nieuwe theorieën, concepten en methoden op het vlak van innovatiebeleid en –strategie. De projecten waar ik aan bijdraag, vaak in de rol van ‘wetenschappelijk geweten’, hebben doorgaans betrekking op evaluaties of advisering over de invulling van beleidsmaatregelen.\r\n\r\nEen belangrijke drijfveer hierbij is de vraag hoe overheidsbeleid ervoor kan zorgen dat publieke en private kennisontwikkeling/–uitwisseling en investeringen bijdragen aan duurzaamheid en maatschappelijk welzijn. Sinds 2021 heb ik dit in bijna 100 studies onderzocht. Typische opdrachtgevers zijn de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Onderwijs Cultuur &amp; Wetenschap, Financiën, Infrastructuur &amp; Waterstaat, alsook de Europese Commissie, OECD, en regionale overheden. De onderzoeksmethoden die ik hanteer zijn zowel kwalitatief als kwantitatief van aard.\r\n\r\nNaast mijn werk bij Dialogic ben ik sinds 2016 assistant professor bij het Copernicus Institute of Sustainable Development (Universiteit Utrecht). Mijn aanstelling daar volgde op mijn MSc-opleiding en promotieonderzoek op het vlak van innovatiewetenschappen (Technische Universiteit Eindhoven) en een post-doc bij het Center for International Development (Harvard Kennedy School for Public Policy). Ik begeleid momenteel zo’n 8 promovendi en draag regelmatig bij aan leergangen voor beleidsprofessionals. Tevens coördineer ik het Mission-oriented Innovation Policy Observatory.\r\n\r\nIn de hoedanigheid van ervaren onderzoeker en evaluator op het gebied van innovatiebeleid neem ik geregeld deel in adviesraden, expertgroepen en wetenschappelijke comités. Voorbeelden daarvan zijn de expertgroepen voor ‘Evaluatie systeem-/transitiebeleid’ (EZK) en voor ‘Fair and Sustainable Economy’ (EU Joint Research Centre), en de adviesraad van de Kennis- en Innovatieagenda ‘Maatschappelijk Verdienvermogen’.",15368,"http://nl.linkedin.com/pub/matthijs-janssen/14/bb8/342",{"id":197,"slug":275,"link":276,"title":346,"featured_media":297,"acf":347},{"rendered":296},{"voornaam":278,"tussenvoegsel":279,"achternaam":280,"functie":281,"e-mailadres":282,"telefoonnummer":283,"vakgebieden":348,"omschrijving":291,"foto_staand":292,"slider":180,"quote":180,"slogan_links":180,"linkedin":293,"twitter":180},[349,350,351],{"vakgebied":286},{"vakgebied":288},{"vakgebied":290},{"title":353,"source_url":354},{"rendered":179},"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2018/07/evaluatie-wbso-2011-2017.pdf",{"title":356,"source_url":358},{"rendered":357},"Evaluation WBSO 2011-2017 Summary 8-03-2019 def","https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2019/04/Evaluation-WBSO-2011-2017-Summary-8-03-2019-def.pdf",{"items":360,"total":427},[361,385,408],{"id":362,"date":363,"date_gmt":364,"slug":365,"type":176,"link":366,"title":367,"featured_media":10,"acf":369},15472,"2026-04-07T10:52:54","2026-04-07T08:52:54","locatiebepaling-bij-112-noodoproepen-via-mobiele-netwerken","https://content.dialogiconderzoek.nl/projecten/locatiebepaling-bij-112-noodoproepen-via-mobiele-netwerken/",{"rendered":368},"Locatiebepaling bij 112-noodoproepen via mobiele netwerken",{"projectnummer":370,"opdrachtgevers":371,"projectleden":374,"loopt":227,"sleutelwoorden":377,"omschrijving":378,"rapporttitel":379,"bestand":380,"publicatienummer":381,"extra_downloads":211,"slider":382,"prominentie":383,"interviews":180,"slogan":384,"onder_slogan":180,"slogan_titel":180,"slogan_links":180},"2025.004",[372],{"opdrachtgever":373},"Ministerie van Economische Zaken",[375,376],530,14026,"112 aml pidf-lo sip geolocation locatiebepaling psap noodnummer","In een noodsituatie is het belangrijk dat hulpdiensten zo snel mogelijk weten wáár de calamiteit zich voordoet, zodat zij snel ter plaatse kunnen zijn. Europese regels schrijven voor dat de locatie van een mobiele beller moet worden doorgegeven bij een oproep naar 112. Deze locatie-informatie kan zowel vanuit het \u003Cem>mobiele netwerk\u003C/em> als vanuit het \u003Cem>toestel\u003C/em> komen, voor zover beschikbaar. Een belangrijke vraag is hoe \u003Cem>nauwkeurig\u003C/em> die locatie-informatie moet zijn. In dit onderzoek beantwoorden we de vraag wat een haalbare en proportionele eis aan deze nauwkeurigheid zou kunnen zijn.\r\n\u003Ch2>Achtergrond\u003C/h2>\r\nDe Nederlandse wet- en regelgeving schrijft op dit moment voor dat de locatie-informatie op basis van het mobiele netwerk niet meer dan 5 kilometer mag afwijken voor 85% van de oproepen. De hoogwaardige Nederlandse mobiele netwerken kunnen eenvoudig aan deze eis voldoen.\r\n\r\nSinds de invoering van deze regelgeving hebben er technologische ontwikkelingen plaatsgevonden, waarmee mobiele netwerken in staat zijn om de locatie van een beller exacter te bepalen. Daarnaast is het doorgeven van locaties vanuit \u003Cem>toestellen\u003C/em> bij het oproepen van hulpdiensten inmiddels door de meerderheid van de toestellen ondersteund. Toestelgebaseerde locatiebepaling is over het algemeen vele malen nauwkeuriger dan netwerkgebaseerde locatiebepaling. De meeste andere Europese landen hanteren inmiddels een strengere eis dan Nederland, waarbij wordt uitgegaan van een combinatie van netwerkgebaseerde en toestelgebaseerde locatiebepaling.\r\n\u003Ch2>Bevindingen\u003C/h2>\r\nUit het onderzoek blijkt dat de Nederlandse eis voor locatiebepaling bij mobiele noodoproepen op een aantal manieren aangescherpt zou kunnen worden:\r\n\u003Cul>\r\n \t\u003Cli>Nederland zou een nieuwe norm kunnen stellen voor locatiebepaling \u003Cem>door mobiele netwerken\u003C/em>. Deze zou kunnen worden bepaald op basis van de huidige stand van de techniek. Dat zou betekenen dat de maximale afwijking ongeveer 900 meter zou mogen zijn (voor minimaal 85% van de oproepen). De nieuwe norm kan ook worden bepaald op basis van wat de netwerken op dit moment kunnen realiseren. Dat zou neerkomen op een maximale afwijking van ongeveer 700 meter (voor minimaal 85% van de oproepen).\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Nederland zou een meer '\u003Cem>functionele' norm\u003C/em> kunnen stellen, waarbij ook de verbeterde nauwkeurigheid die met toestelgebaseerde locatiebepaling mogelijk wordt gemaakt, wordt meegenomen. Daarbij ligt aansluiting bij de eis die in andere Europese landen wordt gesteld voor de hand: maximaal 50 meter afwijking voor minimaal 80% van de oproepen, op basis van de combinatie van toestel- en netwerkgebaseerde locatiebepaling.\u003C/li>\r\n\u003C/ul>\r\nDe mobiele operator heeft geen controle over de toestelgebaseerde locatiebepaling (anders dan over de doorgifte van de locatierapporten en configuratie) - deze functie wordt immers door de toestelleverancier gerealiseerd. Het is daarom de vraag of de verplichting wel aan de operators kan worden opgelegd. Er zou daarom alternatief zowel een norm voor de mobiele netwerken als aan de toestellen kunnen worden gesteld.\r\n\r\nDe netwerkgebaseerde locatie is (over het algemeen) minder nauwkeurig dan toestelgebaseerde locatie, maar toestelgebaseerde locatie is weer niet altijd beschikbaar. Een belangrijke vraag bij het formuleren van de norm is dan ook welke nauwkeurigheid gewenst is vanuit de netwerken. Een hogere nauwkeurigheid vraagt investeringen in de mobiele netwerken. Met investeringen van enkele miljoenen euro's per operator is het echter mogelijk om de nauwkeurigheid van de netwerkgebaseerde locatiebepaling te vergroten (tot ongeveer 280 meter bij 80% van de oproepen, is onze inschatting). Om de nauwkeurigheid nog verder te vergroten, zijn veel grotere investeringen benodigd.\r\n\u003Ch2>Vervolg\u003C/h2>\r\nHet Ministerie van Economische Zaken bekijkt op dit moment of en hoe de norm voor locatiebepaling bij mobiele noodoproepen moet worden aangescherpt. Relevant daarbij is de Europese Digital Networks Act - die stelt eveneens dat locatie moet worden doorgegeven bij noodoproepen, maar bepaalt geen concrete norm. Het is denkbaar (maar nog niet zeker) dat de uiteindelijke concrete norm op Europees niveau wordt bepaald.","Locatiebepaling bij 112-noodoproepen: analyse van technische mogelijkheden",15781,"2025.004-2520",15791,"p0","Is het technisch haalbaar en proportioneel om de huidige eis aan de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van locatie-informatie bij noodoproepen (112) aan te scherpen?",{"id":386,"date":387,"date_gmt":388,"slug":389,"type":176,"link":390,"title":391,"featured_media":10,"acf":393},15724,"2026-02-10T08:51:07","2026-02-10T07:51:07","evaluatie-gelders-organiserend-vermogen","https://content.dialogiconderzoek.nl/projecten/evaluatie-gelders-organiserend-vermogen/",{"rendered":392},"Evaluatie Gelders Organiserend Vermogen",{"projectnummer":394,"opdrachtgevers":395,"projectleden":398,"loopt":202,"sleutelwoorden":403,"omschrijving":404,"rapporttitel":392,"bestand":405,"publicatienummer":406,"extra_downloads":211,"slider":407,"prominentie":383,"interviews":180,"slogan":180,"onder_slogan":180,"slogan_titel":180,"slogan_links":180},"2023.079",[396],{"opdrachtgever":397},"Provincie Gelderland",[399,197,400,401,402],9009,12547,492,11764,"GOV Gelderland ","\u003Cspan data-olk-copy-source=\"MessageBody\">Dialogic heeft in de periode september 2023 – februari 2024 voor de provincie Gelderland een evaluatie van het Gelders Organiserend Vermogen (GOV) uitgevoerd. Een belangrijk deel van het provinciale innovatiebeleid wordt (mede) uitgevoerd door het GOV: een verzameling van negen organisaties gericht op innovatiestimulering gefinancierd vanuit de provincie Gelderland. Deze organisaties helpen ondernemers bij innovatie, andere ondernemingsvraagstukken en ook bij transformatieopgaven. Met het GOV beoogt de provincie een ecosysteem te creëren waarin innovaties kunnen groeien en bloeien, door samenwerking, kennisdeling en (Europese) financiering.\u003C/span>\r\n\r\nHet doel van deze opdracht is om het uitbestede werk van het GOV te evalueren en te kijken of de ondersteuning aansluit op de behoeften in de markt. Hiertoe hebben we het provinciale innovatiebeleid in kaart gebracht, de rol van het GOV hierin en een overzicht van de negen organisaties/programma’s. Met diepte-interviews met betrokkenen van de negen organisaties binnen het GOV hebben we inzicht verkregen in het functioneren van de individuele organisaties, het GOV als geheel en de relatie met de provincie. Ervaringen en knelpunten van klanten/partners van het GOV hebben we in kaart gebracht middels groepssessies en een enquête. Tot slot hebben we twee interactieve sessies georganiseerd met de provincie en het GOV om te reflecteren hoe de provincie en haar partners via de programma’s en organisaties sturing geven aan het vergroten van het GOV.\r\n\r\nDe evaluatie en het achterliggende rapport zijn inmiddels publiek domein en kunt u – samen met de brief van de Gedeputeerde Staten aan de Provinciale Staten van Gelderland –\u003Cu>\u003Ca title=\"https://docwijs.gelderland.nl/publicatie/mededelingenbrief/document/2024/Mededelingenbrief%2028%20mei/\" href=\"https://docwijs.gelderland.nl/publicatie/mededelingenbrief/document/2024/Mededelingenbrief%2028%20mei/\" data-auth=\"NotApplicable\" data-linkindex=\"0\"> hier\u003C/a>\u003C/u> terugvinden.\r\n\r\nOp basis van onze analyse komen we tot conclusies over de doelmatigheid, doeltreffendheid, wendbaarheid en sector overstijgende samenwerking en monitoring. Ook hebben we een aantal beslispunten uiteengezet: zaken waar de provincie concreet keuzes kan maken of anderszins richting kan geven om de doeltreffendheid, doelmatigheid en wendbaarheid van het GOV/GOV-organisaties te verbeteren. Tot slot formuleren we een aantal belangrijke lessen voor de provincie Gelderland voor de toekomst van innovatiestimulering. De lessen zijn te zien als bouwstenen in de visie en beleid die de provincie naar onze mening verder kan vormgeven richting GOV, GOV-organisaties en hoe dat past in een provinciale visie op breed gedefinieerde innovatiestimulering (dus met inachtneming van mkb-dienstverlening en beleid gericht op realisatie van provinciale transitieopgaven).\r\n\r\nHieronder geven we een kort overzicht van de belangrijkste conclusies, geïdentificeerde beslispunten en lessen voor beleid.\r\n\r\n\u003Cb>Conclusies\u003C/b>:\r\n\u003Cul type=\"disc\">\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Doelmatigheid\u003C/u>: We stellen vast dat het GOV als geheel beperkt doelmatig is. Er zijn verbeterpunten voor de verhouding en inzet van middelen in relatie tot de geleverde producten en diensten. Door onvoldoende regie vanuit de provincie gaat er tijd zitten in onderlinge coördinatie en afstemming tussen organisaties in het GOV. Er is een risico dat bepaalde middelen ondoelmatig worden ingezet door overlappende taken van organisaties binnen het GOV (door het ontbreken van een overkoepelend afwegingskader).\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Doeltreffendheid\u003C/u>: Over de doeltreffendheid van het GOV als het geheel kunnen we geen harde uitspraak doen. We zien dat de negen organisaties binnen het GOV afzonderlijk duidelijke doelstellingen hebben en dat de meeste organisaties in het algemeen de doelen lijken te behalen met hun producten en diensten. Echter, de focus van deze evaluatie is het GOV als geheel, waarbij we concluderen dat het ontbreekt aan duidelijke omschreven (SMART-) doelstellingen van het GOV als geheel en welke diensten voor welke doelgroepen zouden kunnen worden aangeboden. Hierdoor is het niet helemaal duidelijk hoe de organisaties binnen het GOV kunnen bijdragen aan de innovatiestimulering binnen de provincie Gelderland.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Wendbaarheid\u003C/u>: Verder concluderen we dat er beperkte wendbaarheid is. De mogelijkheden voor het GOV als geheel om accuraat in te spelen op nieuwe ontwikkelingen nu en naar de toekomst toe zijn onzeker, omdat de organisaties in het GOV sterk uiteenlopen naar opdracht, omvang en organisatievermogen.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Sector overstijgende samenwerking\u003C/u>: Tot slot zien we beperkte sector overstijgende samenwerking in het GOV. Het ontbreekt aan multilaterale afstemming ontbreekt in het GOV. Wel zijn er voorbeelden van een zelf-organiserend vermogen waarbij organisaties in het GOV elkaar (bilateraal) opzoeken.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Monitoring\u003C/u>: Op basis van onze analyse stellen we vast dat monitoring plaatsvindt op individuele basis bij de negen organisaties, dat de KPI’s zich voornamelijk richten op throughput en outcome (en minder op outcome en impact) en niet geïniformeerd zijn over de organisaties. De KPI’s lijken niet te zijn opgesteld aan de hand van een (overkoepelende) beleidstheorie over het provinciale innovatiebeleid en het GOV.\u003C/li>\r\n\u003C/ul>\r\n&nbsp;\r\n\r\n\u003Cb>Beslispunten\u003C/b>:\r\n\u003Cul type=\"disc\">\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Doelmatigheid\u003C/u>: De provincie dient te beslissen of zij het GOV als een integrale systeemvoorziening wil aansturen, inclusief een duidelijke rolverdeling, en moet keuzes maken over de omvang en inzet van structurele en incidentele middelen. Daarnaast moet beslist worden welke innovatiestimuleringsdiensten gefaciliteerd en gefinancierd worden en hoe de provincie de sturingsrelatie, zowel financieel als anderszins, met het GOV vormgeeft, inclusief de financiering van diensten buiten de provincie en de mogelijke oprichting van een gemeenschappelijke frontdesk.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Wendbaarheid\u003C/u>: Er moet een besluit worden genomen of de GOV-dienstverlening exclusief gericht blijft op de vier centrale Gelderse ecosystemen of dat er ruimte is voor meer flexibiliteit in de focus.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Doeltreffendheid\u003C/u>: De provincie moet een visie ontwikkelen voor innovatiestimulering en de rol van het GOV, met nadruk op mkb-dienstverlening, koppeling aan transitiebeleid en een duidelijke doelgroeporiëntatie, terwijl ook gekeken wordt naar regelmatige inhoudelijke gesprekken en vraaggestuurd werken. Tevens is er behoefte aan herijking van subsidievoorwaarden om deze beter aan te laten sluiten bij de doelen en KPI’s.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Sector overstijgende samenwerking\u003C/u>: Er moet rekening gehouden worden met andere publieke en private partijen buiten het GOV die een rol spelen in innovatiestimulering, en de provincie moet overwegen of ze regionale innovatiestatistieken wil verbeteren en data-uitwisseling tussen GOV-organisaties wil bevorderen.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>\u003Cu>Monitoring\u003C/u>: De provincie moet beslissen of het verbeteren van regionale innovatiestatistieken en de bevordering van data-uitwisseling binnen het GOV een prioriteit is.\u003C/li>\r\n\u003C/ul>\r\n&nbsp;\r\n\r\n\u003Cb>Lessen voor beleid:\u003C/b>\r\n\u003Col start=\"1\" type=\"1\">\r\n \t\u003Cli>Innovatiestimulering is cruciaal voor een concurrerend en vitaal Gelders bedrijfsleven, waarbij de provincie een actievere rol moet spelen in richting, aansturing en benutting.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>De provincie dient een overkoepelende visie te formuleren voor het GOV, die duidelijk maakt welke innovatiestimulering zij ambieert en welke rollen de organisaties hierin spelen.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Het is essentieel dat de verhoudingen tussen innovatiestimulering, mkb-dienstverlening en transitiebeleid helder worden, om overlap in beleid en uitvoering te voorkomen.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>De provincie moet haar rol bepalen in het palet van innovatiedienstverlening, waarbij keuzes gemaakt worden over welke taken onder provinciale verantwoordelijkheid vallen en waar ontdubbeling nodig is.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Met behulp van inhoudelijke ontwerpdimensies kan de provincie duidelijk definiëren welke innovatiestimuleringsdiensten van het GOV verwacht worden.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>De provincie moet bepalen welke sturingsvormen passend zijn voor het GOV, waarbij de focus niet enkel financieel moet zijn, maar ook op inhoudelijke dialoog gericht.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>De provincie kan het GOV aansturen als systeemvoorziening om het brede mkb te ondersteunen, met duidelijke rolverdelingen om versplintering te voorkomen.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Best practices moeten breder in Gelderland worden aangeboden om het bewustzijn en de adoptie van innovaties, gericht op digitalisering en verduurzaming, te vergroten.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Innovatiestimulering moet complementair en verbindend zijn, met lokaal en nationaal gedefinieerde focussen en aandacht voor samenwerking met private partijen.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>De wendbaarheid van het GOV kan worden vergroot door incidentele financiering, inhoudelijke dialoog en gebruik van het innovatiestimuleringvermogen buiten het GOV.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Een beleidstheorie kan helpen om de gewenste impact van het GOV te definiëren en om monitoring en betere sturing op outcome en impact mogelijk te maken.\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Regelmatig overleg tussen alle betrokkenen bij innovatiestimulering is noodzakelijk om het aanbod af te stemmen en speerpunten vast te leggen.\u003C/li>\r\n\u003C/ol>",15725,"2023.079-11016",15726,{"id":409,"date":410,"date_gmt":411,"slug":412,"type":176,"link":413,"title":414,"featured_media":10,"acf":416},15649,"2026-01-15T09:05:15","2026-01-15T08:05:15","datacenteronderzoek-provincie-noord-holland","https://content.dialogiconderzoek.nl/projecten/datacenteronderzoek-provincie-noord-holland/",{"rendered":415},"Datacenteronderzoek provincie Noord-Holland",{"projectnummer":417,"opdrachtgevers":418,"projectleden":421,"loopt":202,"sleutelwoorden":424,"omschrijving":425,"rapporttitel":180,"bestand":180,"publicatienummer":180,"extra_downloads":211,"slider":426,"prominentie":383,"interviews":180,"slogan":180,"onder_slogan":180,"slogan_titel":180,"slogan_links":180},"2025.183",[419],{"opdrachtgever":420},"Provincie Noord-Holland",[422,423],544,14958,"datacenter hyperscaler","In opdracht van de provincie Noord-Holland doet Dialogic onderzoek naar de benodigde digitale infrastructuur en rekencapaciteit in de provincie. De provincie wil inzicht welke digitale infrastructuur nodig is om een toekomstbestendig en concurrerend vestigingsklimaat te behouden en welke randvoorwaarden er nodig zijn om dit te kunnen faciliteren. Het onderzoek draagt bij aan het opstellen van het ‘Toekomstbeeld van de economie’ en wordt gebruikt bij het opstellen van Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland.\r\n\r\nWe onderzoeken hierbij de volgende onderwerpen:\r\n\u003Cul>\r\n \t\u003Cli>De huidige en toekomstige behoefte aan digitale infrastructuur en rekencapaciteit in Noord-Holland\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Welke sectoren, sleuteltechnologieën en AI-toepassingen het meest rekenintensief zijn\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Groeikansen en knelpunten rondom digitale infrastructuur in Noord-Holland\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>Het belang van geografische nabijheid voor gebruikers van de rekencapaciteit\u003C/li>\r\n \t\u003Cli>De mogelijke invloed op het vestigingsklimaat en de concurrentiepositie\u003C/li>\r\n\u003C/ul>",15650,"303",{"title":429,"caption":431,"alt_text":180,"media_details":432,"source_url":475},{"rendered":430},"Pim 4",{"rendered":180},{"width":433,"height":434,"file":435,"filesize":436,"sizes":437,"image_meta":476,"old_width":485,"old_height":486},1067,1600,"2016/12/Pim-4.jpg",2582079,{"medium":438,"large":445,"thumbnail":451,"medium_large":456,"1536x1536":462,"2048x2048":467,"full":473},{"file":439,"width":440,"height":441,"filesize":442,"mime_type":443,"source_url":444},"Pim-4-200x300.jpg",200,300,9806,"image/jpeg","https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Pim-4-200x300.jpg",{"file":446,"width":447,"height":448,"filesize":449,"mime_type":443,"source_url":450},"Pim-4-683x1024.jpg",683,1024,80339,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Pim-4-683x1024.jpg",{"file":452,"width":453,"height":453,"filesize":454,"mime_type":443,"source_url":455},"Pim-4-150x150.jpg",150,4643,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Pim-4-150x150.jpg",{"file":457,"width":458,"height":459,"filesize":460,"mime_type":443,"source_url":461},"Pim-4-768x1152.jpg",768,1152,103282,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Pim-4-768x1152.jpg",{"file":463,"width":448,"height":464,"filesize":465,"mime_type":443,"source_url":466},"Pim-4-1024x1536.jpg",1536,197032,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Pim-4-1024x1536.jpg",{"file":468,"width":469,"height":470,"filesize":471,"mime_type":443,"source_url":472},"Pim-4-1365x2048.jpg",1365,2048,400420,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Pim-4-1365x2048.jpg",{"file":474,"width":433,"height":434,"mime_type":443,"source_url":475},"Pim-4.jpg","https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Pim-4.jpg",{"aperture":477,"credit":180,"camera":478,"caption":180,"created_timestamp":479,"copyright":180,"focal_length":480,"iso":481,"shutter_speed":482,"title":180,"orientation":483,"keywords":484},"2.5","Canon EOS R6","1704794930","85","3200","0.0015625","0",[],3648,5472,{"title":488,"caption":489,"alt_text":180,"media_details":490,"source_url":517},{"rendered":331},{"rendered":180},{"width":491,"height":492,"file":493,"filesize":494,"sizes":495,"image_meta":518},1300,1949,"2016/12/Matthijs-3.jpg",448359,{"medium":496,"large":500,"thumbnail":505,"medium_large":509,"1536x1536":514,"full":515},{"file":497,"width":440,"height":441,"filesize":498,"mime_type":443,"source_url":499},"Matthijs-3-200x300.jpg",8321,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Matthijs-3-200x300.jpg",{"file":501,"width":502,"height":464,"filesize":503,"mime_type":443,"source_url":504},"Matthijs-3-1025x1536.jpg",1025,171342,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Matthijs-3-1025x1536.jpg",{"file":506,"width":453,"height":453,"filesize":507,"mime_type":443,"source_url":508},"Matthijs-3-150x150.jpg",3944,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Matthijs-3-150x150.jpg",{"file":510,"width":458,"height":511,"filesize":512,"mime_type":443,"source_url":513},"Matthijs-3-768x1151.jpg",1151,91545,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Matthijs-3-768x1151.jpg",{"file":501,"width":502,"height":464,"filesize":503,"mime_type":443,"source_url":504},{"file":516,"width":491,"height":492,"mime_type":443,"source_url":517},"Matthijs-3.jpg","https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Matthijs-3.jpg",{"aperture":483,"credit":180,"camera":180,"caption":180,"created_timestamp":483,"copyright":180,"focal_length":483,"iso":483,"shutter_speed":483,"title":180,"orientation":483,"keywords":519},[],{"title":521,"caption":522,"alt_text":180,"media_details":523,"source_url":547},{"rendered":312},{"rendered":180},{"width":524,"height":492,"file":525,"filesize":526,"sizes":527,"image_meta":548},1299,"2016/12/Arthur-3.jpg",485991,{"medium":528,"large":532,"thumbnail":536,"medium_large":540,"1536x1536":544,"full":545},{"file":529,"width":440,"height":441,"filesize":530,"mime_type":443,"source_url":531},"Arthur-3-200x300.jpg",9599,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Arthur-3-200x300.jpg",{"file":533,"width":448,"height":464,"filesize":534,"mime_type":443,"source_url":535},"Arthur-3-1024x1536.jpg",200972,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Arthur-3-1024x1536.jpg",{"file":537,"width":453,"height":453,"filesize":538,"mime_type":443,"source_url":539},"Arthur-3-150x150.jpg",4320,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Arthur-3-150x150.jpg",{"file":541,"width":458,"height":459,"filesize":542,"mime_type":443,"source_url":543},"Arthur-3-768x1152.jpg",121168,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Arthur-3-768x1152.jpg",{"file":533,"width":448,"height":464,"filesize":534,"mime_type":443,"source_url":535},{"file":546,"width":524,"height":492,"mime_type":443,"source_url":547},"Arthur-3.jpg","https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2016/12/Arthur-3.jpg",{"aperture":483,"credit":180,"camera":180,"caption":180,"created_timestamp":483,"copyright":180,"focal_length":483,"iso":483,"shutter_speed":483,"title":180,"orientation":483,"keywords":549},[],{"title":551,"caption":553,"alt_text":180,"media_details":554,"source_url":584},{"rendered":552},"Locatiebepaling",{"rendered":180},{"width":555,"height":556,"file":557,"filesize":558,"sizes":559,"image_meta":585,"original_image":587},2560,1707,"2026/04/pexels-geojango-maps-50965933-7663519-scaled.jpg",277799,{"medium":560,"large":564,"thumbnail":568,"medium_large":572,"1536x1536":577,"2048x2048":578,"full":582},{"file":561,"width":441,"height":440,"filesize":562,"mime_type":443,"source_url":563},"pexels-geojango-maps-50965933-7663519-300x200.jpg",13742,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/04/pexels-geojango-maps-50965933-7663519-300x200.jpg",{"file":565,"width":464,"height":448,"filesize":566,"mime_type":443,"source_url":567},"pexels-geojango-maps-50965933-7663519-1536x1024.jpg",130174,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/04/pexels-geojango-maps-50965933-7663519-1536x1024.jpg",{"file":569,"width":453,"height":453,"filesize":570,"mime_type":443,"source_url":571},"pexels-geojango-maps-50965933-7663519-150x150.jpg",8182,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/04/pexels-geojango-maps-50965933-7663519-150x150.jpg",{"file":573,"width":458,"height":574,"filesize":575,"mime_type":443,"source_url":576},"pexels-geojango-maps-50965933-7663519-768x512.jpg",512,47472,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/04/pexels-geojango-maps-50965933-7663519-768x512.jpg",{"file":565,"width":464,"height":448,"filesize":566,"mime_type":443,"source_url":567},{"file":579,"width":470,"height":469,"filesize":580,"mime_type":443,"source_url":581},"pexels-geojango-maps-50965933-7663519-2048x1365.jpg",200241,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/04/pexels-geojango-maps-50965933-7663519-2048x1365.jpg",{"file":583,"width":555,"height":556,"mime_type":443,"source_url":584},"pexels-geojango-maps-50965933-7663519-scaled.jpg","https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/04/pexels-geojango-maps-50965933-7663519-scaled.jpg",{"aperture":483,"credit":180,"camera":180,"caption":180,"created_timestamp":483,"copyright":180,"focal_length":483,"iso":483,"shutter_speed":483,"title":180,"orientation":483,"keywords":586},[],"pexels-geojango-maps-50965933-7663519.jpg",{"title":589,"caption":591,"alt_text":180,"media_details":592,"source_url":623},{"rendered":590},"diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash",{"rendered":180},{"width":470,"height":555,"file":593,"filesize":594,"sizes":595,"image_meta":624,"original_image":626},"2026/02/diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-scaled.jpg",225845,{"medium":596,"large":601,"thumbnail":606,"medium_large":610,"1536x1536":615,"2048x2048":616,"full":621},{"file":597,"width":598,"height":441,"filesize":599,"mime_type":443,"source_url":600},"diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-240x300.jpg",240,8450,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/02/diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-240x300.jpg",{"file":602,"width":603,"height":464,"filesize":604,"mime_type":443,"source_url":605},"diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-1229x1536.jpg",1229,70213,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/02/diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-1229x1536.jpg",{"file":607,"width":453,"height":453,"filesize":608,"mime_type":443,"source_url":609},"diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-150x150.jpg",5775,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/02/diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-150x150.jpg",{"file":611,"width":458,"height":612,"filesize":613,"mime_type":443,"source_url":614},"diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-768x960.jpg",960,31557,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/02/diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-768x960.jpg",{"file":602,"width":603,"height":464,"filesize":604,"mime_type":443,"source_url":605},{"file":617,"width":618,"height":470,"filesize":619,"mime_type":443,"source_url":620},"diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-1638x2048.jpg",1638,130774,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/02/diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-1638x2048.jpg",{"file":622,"width":470,"height":555,"mime_type":443,"source_url":623},"diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-scaled.jpg","https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/02/diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash-scaled.jpg",{"aperture":483,"credit":180,"camera":180,"caption":180,"created_timestamp":483,"copyright":180,"focal_length":483,"iso":483,"shutter_speed":483,"title":180,"orientation":483,"keywords":625},[],"diego-ph-fIq0tET6llw-unsplash.jpg",{"title":628,"caption":630,"alt_text":180,"media_details":631,"source_url":662},{"rendered":629},"pexels-brett-sayles-4682189",{"rendered":180},{"width":555,"height":632,"file":633,"filesize":634,"sizes":635,"image_meta":663,"original_image":665},1703,"2026/01/pexels-brett-sayles-4682189-scaled.jpg",484252,{"medium":636,"large":640,"thumbnail":645,"medium_large":649,"1536x1536":654,"2048x2048":655,"full":660},{"file":637,"width":441,"height":440,"filesize":638,"mime_type":443,"source_url":639},"pexels-brett-sayles-4682189-300x200.jpg",22882,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/01/pexels-brett-sayles-4682189-300x200.jpg",{"file":641,"width":464,"height":642,"filesize":643,"mime_type":443,"source_url":644},"pexels-brett-sayles-4682189-1536x1022.jpg",1022,224046,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/01/pexels-brett-sayles-4682189-1536x1022.jpg",{"file":646,"width":453,"height":453,"filesize":647,"mime_type":443,"source_url":648},"pexels-brett-sayles-4682189-150x150.jpg",12432,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/01/pexels-brett-sayles-4682189-150x150.jpg",{"file":650,"width":458,"height":651,"filesize":652,"mime_type":443,"source_url":653},"pexels-brett-sayles-4682189-768x511.jpg",511,84031,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/01/pexels-brett-sayles-4682189-768x511.jpg",{"file":641,"width":464,"height":642,"filesize":643,"mime_type":443,"source_url":644},{"file":656,"width":470,"height":657,"filesize":658,"mime_type":443,"source_url":659},"pexels-brett-sayles-4682189-2048x1363.jpg",1363,342417,"https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/01/pexels-brett-sayles-4682189-2048x1363.jpg",{"file":661,"width":555,"height":632,"mime_type":443,"source_url":662},"pexels-brett-sayles-4682189-scaled.jpg","https://content.dialogiconderzoek.nl/wp-content/uploads/2026/01/pexels-brett-sayles-4682189-scaled.jpg",{"aperture":483,"credit":180,"camera":180,"caption":180,"created_timestamp":483,"copyright":180,"focal_length":483,"iso":483,"shutter_speed":483,"title":180,"orientation":483,"keywords":664},[],"pexels-brett-sayles-4682189.jpg"]